Leidse onderwijsnetwerken

>

Leidse onderwijsnetwerken

Opdrachtgever

Verschillende Leidse onderwijsnetwerken.

Aanleiding

Leiden kent een rijke omgeving qua onderwijs- en cultuurinitiatieven. Scholen, cultuurinstellingen en kennisinstituten ontmoeten elkaar in uiteenlopende netwerken. Soms zijn deze spontaan ontstaan, in andere gevallen kwamen ze tot stand door subsidies of regelgeving. Bij bestuurders in de regio speelde de behoefte om meer overzicht te creëren: welke activiteiten vallen er onder deze netwerken, zijn er mogelijk overlappende projecten, hoe kunnen we het ‘metanetwerk’ nog slimmer organiseren met elkaar? Common Eye werd gevraagd om dit proces, bestaande uit meerdere opdrachten, te begeleiden.

Werkwijze

We zijn het traject gestart met het uitzetten van vragenlijsten om de activiteiten van de netwerken in kaart te brengen. Vervolgens hebben we in een ontwerpsessie de activiteiten thematisch geclusterd: denk bijvoorbeeld aan kansengelijkheid en differentiatie op de onderwijsmarkt. Met behulp van een netwerkanalytisch programma (Gephi) werd de verscheidenheid aan netwerken en activiteiten binnen die netwerken gevisualiseerd en gelinkt aan de overkoepelende thema’s. Dit maakte zichtbaar hoe de verschillende netwerken en projecten onderling samenhangen binnen het Leidse speelveld. In een sessie hebben we de beelden met elkaar besproken en verrijkt.

De sessie leidde tot het inzicht – en de vervolgvraag – of een en ander niet slimmer en krachtiger georganiseerd en gecombineerd kan worden. Hierbij werd in eerste instantie ingezoomd op de samenhang tussen drie grote netwerken, te weten het LEF, De Leidse aanpak en RAL/RAP. Binnen deze netwerken zagen we zoveel overlap qua thema’s en bemensing dat we met elkaar wilden verkennen hoe we de samenwerking beter konden organiseren. In een aantal sessies, waarin we onder meer met bestuurders het belangengesprek hebben gevoerd, kregen we steeds beter in beeld hoe de netwerken in elkaar grijpen en hoe dat slimmer zou kunnen. 

Een aantal symbolische beelden, zoals het mikadospel, hielpen als metafoor om ‘het waarom’ van deze zoektocht vast te houden: zoals vindbaar zijn voor de doelgroep, zoveel mogelijk impact hebben ten aanzien van de maatschappelijke doelen en het beperken van bestuurlijke drukte. Deze beelden fungeerden gedurende het hele traject als rode draad in de gesprekken en sessies.

Uiteindelijk is er een aantal scenario’s opgesteld voor verdere integratie en is er gekozen voor het scenario waarin twee grote netwerken bestuurlijk en op tactisch niveau gekoppeld zouden worden, met behoud van de formele entiteiten, en met één aanspreekpunt voor de buitenwereld (in de vorm van een onderwijsmakelaar).  

Reflectie

Esther: “Vaak worden we gevraagd om één netwerk te begeleiden. Wat ik leuk vond aan deze opdracht is dat het om de samenhang tussen meerdere netwerken ging. In mijn promotieonderzoek heb ik me verdiept in het concept ‘metanetwerken’ en de toegevoegde waarde hiervan. Leiden is daar al bewust mee bezig: wat kunnen we uit het geheel aan initiatieven ophalen, hoe leren we van elkaar en hoe maken we het makkelijker voor onszelf en de klant? Dit is een prachtig ontwikkelend proces waarbij er ruimte blijft om initiatieven naast elkaar te laten bestaan, met processen en spelregels die nog beter op elkaar afgestemd zijn.”

Benieuwd naar de ervaringen van Sanne van der Linden, proceshouder van het Leiden Education Fieldlab (LEF)? Je leest het hier

Duur traject

Najaar 2020 tot najaar 2021.

Betrokken adviseurs

Esther Klaster.

Eens sparren over jouw samenwerkingsvraagstuk?

Bovenbestuurlijke netwerken primair onderwijs

>

Bovenbestuurlijke netwerken in primair onderwijs

Opdrachtgever

PO-Raad.

Aanleiding en vraagstuk

Steeds meer besturen in het primair onderwijs verenigen zich in regionale en landelijke netwerken, om samen een oplossing te vinden voor complexe vraagstukken. De PO-Raad zag veel potentie in deze vorm van samenwerken en wilde graag onderzoeken hoe deze netwerken ontstaan, welke behoeftes er leven en hoe de PO-Raad hierin kan stimuleren en ondersteunen. Daarnaast was het voor de PO-Raad interessant om te verkennen welke typen netwerken er eigenlijk bestaan en welke kenmerken onderscheidend zijn. Common Eye, gespecialiseerd in samenwerken binnen netwerken, werd gevraagd om een onderzoek uit te voeren naar deze bovenbestuurlijke netwerken in het primair onderwijs.

Werkwijze

Het ontwerpen van een denkkader om de netwerken in te delen was deel van de opdracht. Allereerst werd gekeken naar kenmerken waarin netwerken van elkaar kunnen verschillen. Met een enquête werden vertegenwoordigers van 24 bovenbestuurlijke netwerken bevraagd op negen dimensies. Zo was één as de mate waarin het netwerk formeel is georganiseerd. De vertegenwoordigers konden vervolgens een score geven op een as van 0 = informeel tot 10 = formeel. Andere dimensies waren bijvoorbeeld de scope van smal tot breed en regie van alle deelnemers tot één duidelijke regisseur.

Vervolgens zijn de resultaten geanalyseerd en hebben we matrices gemaakt, van telkens twee assen. Een zo’n matrix zie je hieronder, met op de ene as ‘mate van doelgerichtheid’ en de andere as ‘vorm van regie’. Deze matrix is om meerdere redenen interessant. Een van de redenen is dat assen een combinatie zijn van governance (regie) en inhoud (doelgerichtheid).

Daarna is per kwadrant één netwerk geselecteerd waarmee interviews zijn gevoerd. Dat leidde tot meer inzicht op de assen en de vier kwadranten. 

Matrix PO-Raad

Ondanks de beperkte opzet en omvang van het onderzoek kwam uit de analyse een aantal patronen naar voren. Deze patronen zijn interessant en relevant voor iedereen die in bovenbestuurlijke netwerken actief is, omdat ze helpen bij het reflecteren op de vraag of het doel en de vorm van het netwerk (nog steeds) passend zijn. Zo blijkt dat netwerken met concrete doelstellingen vaak relatief formeel georganiseerd zijn. En dat informele bovenbestuurlijke netwerken vaak een brede scope hebben: ze bieden een platform om meerdere onderwerpen te bespreken.

De PO-Raad reageerde positief op de opbrengsten en zal op basis hiervan het gesprek aangaan met partijen uit het veld. Door met de vertegenwoordigers van netwerken in gesprek te gaan over de bevindingen wordt de inhoud verder verrijkt en kan gezamenlijk gewerkt worden aan concrete handvatten voor het opstarten, vormgeven en begeleiden van netwerken. Op deze manier kan een bijdrage worden geleverd aan de doorontwikkeling van bovenbestuurlijke netwerken in het primair onderwijs.

Reflectie

Deze opdracht was interessant, omdat het ervaringen en inzichten uit de praktijk ophaalde én tegelijkertijd bouwde aan een conceptueel kader om naar bovenbestuurlijke netwerken te kijken. Met zeer diverse netwerken als onderzoeksobject is het interessant om te zien hoe gedurende het onderzoek rode draden zichtbaar werden. Ieder netwerk kent een eigen geschiedenis en ontwikkeling met bijbehorende uitdagingen, wat maakt dat op zijn tijd reflectie en evaluatie nodig is. Het is waardevol om samen na te denken over hoe deze netwerken versterkt kunnen worden.   

Duur traject

September 2021 tot januari 2022.

Betrokken adviseurs

Esther Klaster en Ruben van Wendel de Joode. 

Op zoek naar een verbetering van jouw samenwerking?

Ontwikkelgroepen regionale samenwerking VO

>

Ontwikkelgroepen regionale samenwerking VO

Opdrachtgever

De VO-raad.

Aanleiding en vraagstuk

Per 1 januari 2019 is de VO-raad het project ‘Regionale samenwerking’ gestart, gesubsidieerd door het ministerie van OCW. Dit project komt voort uit het sectorakkoord VO, waarin de volgende ambitie beschreven staat: “Schoolbesturen werken in de regio samen aan het realiseren van hun maatschappelijke opdracht: een kwalitatief goed, dekkend en voor de regio adequaat onderwijsaanbod.” Opgaven binnen deze ambitie, zoals omgang met leerlingdaling, bestrijding van het lerarentekort en realiseren van passend onderwijs, vragen nadrukkelijk om regionale samenwerking.

Eén van de onderdelen van het project regionale samenwerking waren de zogenaamde ontwikkelgroepen. In vier ontwikkelgroepen gingen onderwijsbestuurders met elkaar aan de slag met hun eigen leeropgave. De centrale vraag die in iedere ontwikkelgroep werd gesteld, was: “Hoe doe je dat, gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor …?

De VO-raad was voor dit project op zoek naar externe ondersteuning voor het inrichten en begeleiden van de ontwikkelgroepen. Daarbij was een voorwaarde dat de opbrengsten vanuit de ontwikkelgroepen ook breder gedeeld zouden worden. De VO-raad koos voor Common Eye omdat wij naast procesbegeleiding ook inhoudelijke expertise op het gebied van samenwerking in huis hebben.

Werkwijze

Om input te verzamelen voor het traject werden allereerst individuele gesprekken gevoerd met 25 bestuurders. Vervolgens werd een programma samengesteld bestaande uit vier bijeenkomsten voor iedere ontwikkelgroep. In de bijeenkomsten werd een mix aangebracht tussen kennisdeling, het bespreken van casuïstiek, intervisie en het praktische oefenen. Dit leidde tot inspirerende gesprekken en nieuwe inzichten. De VO-raad maakte van iedere bijeenkomst een verslag, waarin met name de dilemma’s en de inzichten werden vastgelegd.

Resultaat

Deze dilemma’s en inzichten werden door Common Eye en een team van de VO-raad geanalyseerd en geclusterd in tien reminders. De reminders bij samenwerken zijn, wat de naam al zegt, herinneringen aan aspecten in het samenwerkingsproces die soms naar de achtergrond verdwijnen, die we dreigen te vergeten. Tien reminders waarvan we weten dat ze nuttig zijn en de samenwerking echt verder kunnen helpen.

Dubbele loyaliteit is realiteit

Als voorbeeld, één van die reminders is: dubbele loyaliteit is realiteit. Iedere bestuurder heeft te maken met een dubbele loyaliteit: een loyaliteit naar de eigen organisatie en een loyaliteit naar de regio. In veel gevallen versterken deze beide loyaliteiten elkaar, maar soms botsen ze. Dat betekent dat de juiste keuze vanuit regionaal perspectief niet de beste keuze is of soms zelfs negatief is voor de eigen organisatie. Het is lastig als één van de samenwerkingspartners het belang van de eigen organisatie voorop stelt. Het willen begrijpen van deze keuze, het verdiepen in het onderliggende dilemma en vervolgens met elkaar het gesprek aangaan, kan alleen als we accepteren dat het een dilemma is dat we niet kunnen oplossen of wegnemen. Er is geen sprake van goed of fout en er is geen eenduidige oplossing. De dubbele loyaliteit is realiteit en betekent dat je er met een elkaar een weg in zult moeten vinden. Dat kan soms betekenen dat je één van je partners ruimte moet geven om het eigen belang voorop stellen, zodat je hopelijk op een later moment stappen kunt zetten op de samenwerking en het regionale perspectief. Negeren van het dilemma daarentegen kan leiden tot verharding en het ontstaan van conflicten en gedoe.

De tien reminders zijn op verschillende manieren gepubliceerd en beschikbaar gemaakt. Er is een poster met tien cartoons, waarbij iedere cartoon een reminder verbeeld. Er zijn speaker notes op A6 formaat met een aparte kaart per reminder. Op de kaarten staan op de voorkant de cartoon en reminder en op de achterkant drie concrete vragen die betrekking hebben op de reminder en die het gesprek op gang kunnen helpen. Op de website van de VO-raad tref je een overzicht van de reminders, de vragen, de cartoons en per reminder een uitgebreide beschrijving.

Tot slot zijn er drie podcasts opgenomen met betrokkenen uit de ontwikkelgroepen; over de thema’s samenwerken & veranderen, het managen van belangen en het samenspel tussen bestuurder en RvT. Zo zijn de inzichten ook na afronding van de ontwikkelgroepen beschikbaar voor een bredere groep van onderwijsbestuurders en andere geïnteresseerden.

Reflectie

Soms is het voeren van het goede gesprek over samenwerking tussen bestuurders behoorlijk complex: je hebt in de regio vaak een geschiedenis met elkaar en het gaat over thema’s die ertoe doen, waarin iedere partij een eigen standpunt en positie inneemt. Het is dan belangrijk om de ander echt te willen begrijpen en soms even ‘uit de materie’ te stappen; om te reflecteren op het proces en het gezamenlijke belang. De reminders kunnen daarbij helpen. 

Reflectie VO-raad

Samenwerking in het onderwijs komt niet alleen aan op inhoud, maar ook op proces en persoonlijke relaties. We hebben Common Eye gekozen omdat zij de balans kunnen vinden tussen proces en inhoud. Zij hebben de expertise en professionaliteit in huis om het leertraject te begeleiden. Als VO-raad zijn we blij dat de leden die deelnamen aan dit traject zijn geholpen en dat het traject tot resultaten heeft geleid waar de hele sector mee geholpen is.

Betrokken adviseur

Ruben van Wendel de Joode.

Eens sparren over jouw samenwerkingsvraagstuk?

Doorontwikkeling van het kwaliteitsnetwerk mbo

>

Doorontwikkeling van het kwaliteitsnetwerk mbo

Opdrachtgever

Kwaliteitsnetwerk MBO.

Aanleiding en vraagstuk

Een aantal jaar geleden gaf de inspectie felle kritiek op de kwaliteit van het onderwijs op het mbo. De kwaliteit zou ondermaats zijn. Verschillende mbo instellingen besloten zelf de handen uit de mouwen te steken om de kwaliteit te verbeteren en verenigden zich in een netwerksamenwerking; het kwaliteitsnetwerk mbo. De afgelopen jaren is het netwerk sterk gegroeid. Gedurende die tijd zijn instellingen met verschillende motieven aangesloten. Instellingen die vanaf het begin sterk gemotiveerd zijn om de kwaliteit te verbeteren, instellingen die al goede resultaten hadden maar graag continu willen blijven verbeteren, maar ook instellingen die deelnemen omdat vele anderen deelnamen en niet achter wilden blijven. Naarmate de uitbreiding van het netwerk vorderde werden er vragen gesteld over de focus en de functie van het netwerk, en in hoeverre dit paste bij de wensen van de leden. Het bestuur van het kwaliteitsnetwerk formuleerde de ambitie om te fungeren als katalysator om het lerend vermogen van de aangesloten instellingen te stimuleren en toe te werken naar een lerend netwerk. Dit wilde het netwerk in samenspraak met de lid-organisaties invullen. Common Eye is gevraagd om daarbij te helpen. Ook bestond de wens het netwerkkarakter te versterken (meer ‘voor en door’ de aangesloten mbo instellingen) waarbij ons is gevraagd te adviseren over de aanpak en uiteindelijke organisatie van het netwerk.

Werkwijze

Aan de hand van interviews met kwaliteitsmedewerkers en bestuurders van verschillende mbo instellingen, gevolgd door een aantal werksessies met diverse betrokkenen uit het netwerk is de netwerksamenwerking in kaart gebracht. Wat beweegt de instellingen om deel te nemen? Wat leeft er onder de instellingen en wat zijn thema’s waar ze graag iets mee willen? Gedurende het traject is gebruik gemaakt van het netwerkmodel van Common Eye. Dit model is erop gericht om de betrokken actoren te identificeren, helder te krijgen wat de partijen met elkaar verbindt om de identiteit in kaart te brengen, de ambities vast te stellen en het fundament van de samenwerking in te richten.

Reflectie

Het traject leidde tot een aantal scenario’s voor de toekomstige koers van de netwerksamenwerking waar verschillende groepen binnen het netwerk zich over bogen. Een van de scenario’s richtte zich op het faciliteren van gezamenlijk leren op het gebied van kwaliteitsontwikkeling, terwijl een ander scenario zich richtte zich op het ontwikkelen van een gezamenlijk keurmerk op het gebied van kwaliteit. Met het werken met scenario’s werd rekening gehouden met verschillende snelheden en behoeften van de aangesloten instellingen. Het werken met scenario’s hielp ook om het benodigde fundament per mogelijke koers inzichtelijk te krijgen. Zo vormden ze een goede basis om een scherp gesprek te voeren over de best passende koers voor het netwerk. Na de uiteindelijke keuze voor één van de scenario’s is het netwerk aan de slag gegaan met het implementeren van de nieuw gekozen koers. Als Common Eye helpen we af en toe nog daarbij, als klankbord en facilitators bij bijeenkomsten.

Betrokken adviseurs

Nikki Willems en Esther Klaster.

Duur traject

Eind 2018 tot heden.

Loop jij in jouw samenwerking ergens tegenaan?

Neem contact op met
Nikki Willems

Positionering en identiteitsontwikkeling voor een onderdeel van de Erasmus Universiteit

>

Positionering en identiteitsontwikkeling voor een onderdeel van de Erasmus Universiteit

Opdrachtgever

Corporate Communication Center van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Aanleiding en vraagstuk

Het Corporate Communication Center van de Erasmus Universiteit in Rotterdam biedt een internationaal geaccrediteerd executive masterprogramma aan op het gebied van Corporate Communication. Met de komst van de nieuwe directeur – Marijke Baumann – heeft het Corporate Communication Center met succes hard gewerkt aan vernieuwing van het fundament van de opleiding. Nu het Corporate Communication Center weer een stevig staat is er de behoefte om de blik op de toekomst te richten en een positioneringstrategie te ontwikkelen die groei op de Europese markt kan versterken. Een goede positioneringsstrategie bindt de belangrijkste stakeholders richting de toekomst, bouwt voort op de identiteit van de organisatie én houdt rekening met de vormende trends in de markt. In dit traject zijn drie type stakeholders cruciaal: de studenten met interesse in een master, de internationale docenten die het onderwijs verzorgen én de organisaties die de opleiding voor hun werknemers financieren. Common Eye is gevraagd het Corporate Communication Center te ondersteunen bij het ontwikkelen van een kansrijke positioneringsstrategie.

Werkwijze

Aan de hand van een kort cyclisch sparringproces met de directeur is gedurende een aantal sessies stapsgewijs het vraagstuk afgepeld. De volgende vragen zijn onder anderen onderzocht: Hoe sluit de identiteit van het Corporate Communications Center aan bij de behoeften, wensen en verwachtingen van doelgroepen richting de toekomst? Wat is de huidige positie in de markt van het Corporate Communication Center, hoe ziet het concurrentieveld eruit? Wat zijn de vormende trends en ontwikkelingen op het gebied van corporate communication? En welke mogelijkheden zien we in dit kader richting te toekomst? Aan de hand van de bevindingen is een tweetal scenario’s opgesteld die beiden het Corporate Communication Center op een net andere manier positioneren richting de toekomst. Beide scenario’s zijn uitgewerkt in kenmerkende identiteitskenmerken en vertaald naar activiteiten die laten zien welke ontwikkeling en vernieuwing dit vraagt van het Corporate Communication Center.

De scenario’s zijn input om in gesprek te gaan met de drie belangrijkste stakeholders over de aantrekkelijke en minder aantrekkelijke kanten van de scenario’s. De scenario’s functioneren als stimulerend materiaal voor het gesprek met stakeholders over wat in de toekomst mogelijk kan zijn, het zijn geen keuzeopties. Hierdoor is goed inzicht te krijgen in de meest kansrijke aspecten voor een positioneringsstrategie. In dit geval voert de directeur zelf deze gesprekken, Common Eye heeft ondersteund bij de voorbereiding hierop.

Reflectie

Kern van dit traject is een dialoogproces tussen de opdrachtgever en Common Eye waarin richtingen zijn uitgewerkt die op hun beurt weer de basis vormen voor een dialoog tussen de opdrachtgever en haar belangrijkste stakeholders. Hiermee is zij in staat in co-creatie een visie te ontwikkelen op de toekomst van het Corporate Communication Center.

Het werken met scenario’s stelt je in staat het gesprek aan te gaan over mogelijke toekomsten. Door met scenario’s te werken dwing je jezelf niet te snel te committeren aan één voor de hand liggende toekomstige realiteit en voorkom je een aantal mogelijke biases. Bovendien maakt het werken met scenario’s het makkelijker om een gemeenschappelijk perspectief op de toekomst van een organisatie te creëren. Als er meerdere reële opties zijn, blijken aan alle varianten voor en nadelen te zitten. Dit helpt partijen om hun perspectief te verbreden en vooropgezette voorkeuren te kunnen heroverwegen, waardoor gemakkelijker een gemeenschappelijk gedragen koers kan worden ontwikkeld.

Betrokken adviseurs

Tibor van Bekkum en Freek van Berkel.

Duur traject

Februari 2020 tot april 2020.

Loop jij in jouw samenwerking ergens tegenaan?

Tibor van Bekkum denkt graag met je mee. 

IPE: Samenwerken in de praktijk leren door samenwerken in de opleiding

>

Samenwerken in de praktijk leren door samenwerken in de opleiding met IPE

Samenwerkende organisaties

De Hogeschool van Amsterdam (HvA) en het Amsterdam UMC/AMC.

Vraagstuk

IPE staat voor Interprofessionele Educatie. Alle zorgprofessionals die de twee partners (HvA en Amsterdam UMC) opleiden moeten ‘straks’ in de praktijk samenwerken om de best mogelijke zorg te leveren bij complexe zorgvragen . Het helpt dan geweldig om dit ook in de opleiding te verankeren. Die visie was heel goed en inspirerend beschreven en werd ook in de eerste fasen van de opleidingen van HvA en AMC toegepast. Een stuurgroep voerde de regie en er was van iedere organisatie een stevige trekker.

In het voorjaar van 2019 wilden de HvA en het AMC de ambitie verder scherpstellen voor de doorontwikkeling en de duurzame verankering van de Interprofessionele Educatie (IPE). Dit gold voor de opleidingen van studenten verpleegkunde, oefentherapie, ergotherapie en fysiotherapie van de HvA en studenten geneeskunde van het AMC. De twee partijen werkten reeds gezamenlijk en inwisselende samenstelling in een programma waarin Interprofessionele Samenwerking (IPS) inhoudelijk en organisatorisch waren uitgewerkt. Ondanks dit programma merkten de partijen dat er verschillende hickups waren in de dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld bij het logistieke proces voor het organiseren van de momenten waarbij studenten van de beiden opleidingen samen komen, maar ook vooruitkijkend naar de toekomst waarbij er wel mooie vergezichten zijn, maar ook zorgen over de realiseerbaarheid. AMC en HVA stelden Common Eye de vraag om hen te ondersteunen om tot een aangescherpte gezamenlijke en gedeelde ambitie te komen en de Interprofessionele Educatie hiermee te helpen een stap verder te komen.

Werkwijze

Een mooie vraag, aangezien het gaat om een samenwerking tussen partijen, en daarnaast ook inhoudelijk echt gaat over (interprofessioneel) samenwerken. Om de partijen te helpen met de doorontwikkeling van Interprofessionele Educatie heeft Common Eye vanuit samenwerkingsperspectief naar dit vraagstuk gekeken. Dit heeft Common Eye gedaan door samen met de trekkers onder anderen een stakeholderanalyse te maken en het vraagstuk, de belangen, de issues en de knelpunten in kaart te brengen. Daarnaast heeft Common Eye op basis van deze analyses een werkconferentie georganiseerd en begeleid om met de betrokkenen van de verschillende onderdelen binnen het AMC en de HvA om tafel te zitten en te bespreken: hoe kijkt iedereen naar waar we staan? Wat is de gedeelde ambitie voor het vervolg? En laten we ‘een rondje eerlijk’ doen! Wat is écht het commitment. Dat bleek er meer dan voldoende te zijn.

‘Een fotomomentje’

De deelnemers na afloop van de conferentie Interprofessionele Samenwerking als perspectief:
Samen voor IPE: lachende gezichten

Reflectie

Het organiseren van deze samenwerkingen is uitdagend. Eén van de redenen is dat er vaak veel verschillende onderdelen van organisaties bij betrokken zijn. In dit geval ging het om betrokkenen op strategisch, managerial en professioneel niveau. En iedere organisatie heeft zijn eigen cultuur, mores en structuren. De logistiek van de opleidingen synchroniseren klinkt simpel, maar is heel complex. Op welke niveaus is wie betrokken? Hoe communiceren zij met elkaar en zijn de verschillende onderdelen voldoende betrokken? Daarnaast werden de verschillende belangen op tafel gelegd. Soms kan dan de logistiek en de pragmatiek de ambitie overwoekeren. Tijd om samen even te snoeien en samen weer een helder perspectief te krijgen. Deze IPEambitie is dat meer dan waard. Door deze zaken op tafel te leggen werd goed duidelijk hoe de vervolgstap te maken in de doorontwikkeling van Interprofessionele Educatie en kon gezamenlijk de gedeelde ambitie worden aangescherpt. Interpersoonlijke Educatie is een van de kernelementen van de opleiding en op basis van dit traject vonden de partijen elkaar weer terug en hebben ze het vervolg kunnen vormgeven.

Betrokken adviseurs

Esther Klaster en Wilfrid Opheij.

Duur traject

Voorjaar 2019.

Op zoek naar een verbetering van jouw samenwerking?

Esther Klaster denkt graag met je mee. 

Van concurrentie naar gezamenlijk onderwijsaanbod

>

Van concurrentie naar gezamenlijk onderwijsaanbod

Samenwerkende organisaties

Albeda College, ROC Zadkine en Techniek College Rotterdam.

Aanleiding en vraagstuk

Albeda College en ROC Zadkine zijn onderwijsinstituten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) met locaties in de regio Rijnmond. Van oorsprong hadden beide mbo’s afdelingen Techniek waarin alle technische opleidingen geclusterd waren. De overeenkomst in onderwijsaanbod en regio maakten de instellingen tot concurrenten. Daarnaast is het enerzijds een regio waar een grote vraag is naar goed opgeleide technische vakmensen vanuit bedrijven, waar nauw mee samengewerkt wordt om de opleiding goed te laten aansluiten, maar blijkt anderzijds dat jongeren moeilijk aan het werk komen.

De ROC’s waren het met elkaar eens dat het niet wenselijk was om onder deze omstandigheden te concurreren. Zo besloten zij de handen ineen te slaan en stappen te zetten naar een gezamenlijke positionering. Toewerken naar één technisch college wat fungeert als aanspreekpunt voor zowel het bedrijfsleven als de studenten: Het Techniek College Rotterdam. Binnen dit gezamenlijke college vielen zes scholen die opleidingen bieden binnen de technische sector, op het gebied van o.a. bouwen & wonen, IT & online en maakindustrie & onderhoud. De vraag aan Common Eye was tweeledig: ‘Hoe gaan wij als twee ROCs samenwerken aan één technische propositie in de regio Rijnmond?’ en ‘hoe positioneren wij ons, wat is daarbij ons verhaal en wat is impact hiervan op ons onderwijsaanbod? Common Eye is betrokken geweest vanaf de start van het proces om deze vragen te beantwoorden.

Werkwijze

De ROC’s stonden in dit proces zelf aan het roer. Telkens werd de vraag gesteld: hoe kijken de direct betrokkenen aan tegen een keuze en welke informatie is er nodig om keuzes te kunnen maken? Zo heeft Common Eye ondersteunt bij het voeren van gesprekken binnen de verschillende gremia van de kwartiermakers van het college in reguliere overleggen en heidagen en het uitvragen van analyses van gegevens zoals regionale en landelijke cijfers over de studiekeuze en studentenaantallen. De instellingen gaven op basis van hun eigen kennis en expertise vorm aan deze analyses. Op deze manier werd stap voor stap helder hoe het college vorm zou krijgen. Daarnaast werden de kwartiermakers begeleid in het vormgeven van het nieuwe college en werden een aantal managementteams van de scholen begeleid in aanloop naar de start van het samenwerken in het nieuwe college.

Reflectie

Het traject om te komen tot één college was een ingewikkeld proces. De scholen hebben gemeenschappelijke belangen maar ook hun eigen belangen, waar het gesprek goed over gevoerd moest worden. Daarnaast was de positionering van het college een uitdaging. Hierbij was het recht doen en balanceren met maatschappelijke belangen, de belangen van de student, van het bedrijfsleven en vanzelfsprekend van de medewerkers. Hoe sluit je goed op beide doelgroepen aan? Uiteindelijk is er een samenwerkingsovereenkomst opgeleverd met een ambitie en strategie voor het nieuwe college en een positionering voor in de startsituatie voor de zes scholen. De twee ROC’s zijn gaan samenwerken onder de naam het Techniek College Rotterdam en hebben zo een gezamenlijke positionering in de regio.

Betrokken adviseurs

Edwin Kaats en Tim Dees.

Duur traject

24 maanden.

Advies nodig bij jouw samenwerking?

Samenwerking binnen een passend onderwijsregio

>

Samenwerking binnen een passend onderwijsregio

Samenwerkende organisaties

Een regionaal samenwerkingsverband passend onderwijs, bestaande uit negentig basisscholen, ondergebracht in 13 lokale samenwerkingsverbanden (‘knooppunten’).

Vraagstuk

Met de landelijke invoering van de Wet passend onderwijs in 2014 wilde de overheid dat elk kind passend onderwijs ontvangt, zoveel mogelijk binnen het regulier onderwijs. Daarop organiseerden negentig basisscholen in de regio zich in verschillende ‘knooppunten’ om elk kind passend onderwijs te kunnen bieden. Na een aantal jaar was het tijd om terug te blikken: hoe verloopt de samenwerking binnen de knooppunten? En hoe kunnen we de samenwerking verder optimaliseren?

Oplossing

Niets is leerzamer dan samenwerkingsverbanden zichzelf te laten evalueren. Op die manier doen zij gezamenlijk inzichten op, werken zij aan hun onderlinge samenwerking en formuleren zij zelf verbeterstappen, wat het commitment ten goede komt. Common Eye begeleidde de 13 bijeenkomsten. Bij de zelfevaluatie hielp het Common Eye-model: hoe functioneert de samenwerking bekeken vanuit de vijf condities? Ook werd in iedere bijeenkomst tijd besteed aan een specifieke vraag of behoefte uit het knooppunt zelf: bijvoorbeeld het in kaart brengen van het grotere netwerk (‘rond welke tafels komen wij elkaar allemaal tegen?’), het oefenen van een belangengesprek met potentiele samenwerkingspartners als gemeente of jeugdzorg, of het spelen met interventiekaarten om concrete verbeteracties te bedenken.

Het model legde veel bloot. Als scholen verplicht bij elkaar worden gezet, is niet altijd duidelijk wat men met elkaar deelt en wat de gezamenlijke ambitie is. Gaat het bijvoorbeeld enkel over passend onderwijs, of over de gehele onderwijskwaliteit? Richten we ons rechtstreeks op (zorg)leerlingen of juist op leerkrachten? Willen we vooral kennis uitwisselen of echt gezamenlijke projecten en initiatieven starten? Belangen zijn soms bekend, maar vaak zijn er ook aannames over en weer en worden belangen niet altijd expliciet met elkaar gedeeld. In veel knooppunten verliep de samenwerking positief. Maar er waren ook uitdagingen. Een belangrijk punt was het gevoelde verschil in urgentie: sommige onderwerpen waren voor de ene school urgenter dan voor een ander. De impliciete aanname dat ‘we alles samen moeten doen binnen ons knooppunt’ zorgde voor vertragingen en afnemende motivatie. Ook ging energie verloren aan onduidelijkheden over mandaat en budgetten.

Opgeleverd

Deze en andere uitkomsten vormden de basis van een rapport dat in september 2017 werd gepresenteerd aan het bestuur en het uitvoeringsbureau van de regio. Daarnaast werden de bevindingen gedeeld met alle schooldirecteuren op een directeurendag en werd er samen met hen een prioritering aan de aanbevelingen gegeven. Een van de kernadviezen in het rapport was het stimuleren van het werken over knooppuntsgrenzen heen: zorgen dat scholen die echt iets willen met een bepaald onderwerp met elkaar aan de slag kunnen gaan, ongeacht hun geografische locatie.

Betrokken adviseurs

Esther Klaster, Edwin Kaats en Tim Dees.

Duur traject

December 2016 tot september 2017.

Zoek jij een passende oplossing voor jouw samenwerkingsvraagstuk?

Zelf aan de slag

>

Zelf aan de slag

Samenwerkende organisaties

Platform Bèta Techniek, lerarenopleidingen en VO-scholen.

Vraagstuk

‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de in gang gezette samenwerkingen goed blijven functioneren?’ Dat is de vraag waarmee Platform Bèta Techniek in 2017 aanklopt bij Common Eye. Als het door de overheid gesubsidieerde ondersteuningsprogramma ‘Versterking Samenwerking Lerarenopleidingen en Scholen’ stopt, zoekt men naar een manier om hier gevolg aan te geven en de partners in staat te stellen zelf te reflecteren op de samenwerking. Common Eye ontwikkelde een praktische tool waarmee de samenwerkingspartners aan de slag kunnen.

Oplossing

De toolkit bestaat uit een handleiding, achtergrondinformatie, een animatie over de vijf condities voor een goede samenwerking, een praatplaat en optioneel een set met interventiekaarten. Andere samenwerkingsverbanden, zoals regionale netwerken die zich inzetten voor sterk techniekonderwijs en regionale zorgpacten, kijken al snel met interesse naar deze reflectietool. Inmiddels maken meerdere samenwerkingsverbanden er met veel succes gebruik van.

Oplevering

De populariteit van de toolkit is mede te danken aan de laagdrempeligheid van het product. en het feit dat het binnen veel verschillende contexten te gebruiken is. Vaak wordt er weinig aandacht besteed aan de samenwerking an sich, of er vooral naar de voortgang gekeken. Daarmee wordt er voorbijgegaan aan de kwaliteit van de samenwerking, terwijl dat juist zo belangrijk is. De toolkit is een krachtig hulpmiddel dat men zonder externe begeleiding kan inzetten.

Reactie Edith Hilbink, senior projectleider Platform Bèta Techniek

“Omdat het tijdelijke programma ‘Versterking Samenwerking Lerarenopleidingen en Scholen’ stopte, zochten we naar een manier om de opgestarte netwerken te laten reflecteren op hun samenwerking. We wisten dat Common Eye expert is op het gebied van samenwerken binnen netwerken, en het lag dan ook voor de hand gebruik te maken van hun expertise. Al snel kwamen we uit op het ontwikkelen van een toolkit. Het mooie is dat het proces heel organisch is verlopen: Common Eye deed een eerste voorstel, en samen met verschillende doelgroepen hebben we echt een gezamenlijk instrument ontwikkeld, dat ook nog eens heel bruikbaar bleek voor andere netwerken. Geweldig toch dat andere partijen zoals Zorgpact en Sterk Techniekonderwijs nu ook gebruik maken van bijvoorbeeld de praatplaat? Ik kan alleen maar zeggen: dit proces is uitermate soepel verlopen!”

Betrokken adviseurs

Esther Klaster, Ruben van Wendel de Joode en Tim Dees.

Duur traject

2017.

Zoek jij een passende oplossing voor jouw samenwerkingsvraagstuk?