Erken dat netwerkregie een ander vak is

Petra Bleijenburg werkt als netwerkregisseur in complexe samenwerkingsvraagstukken in het sociaal domein. Vanuit haar ervaring als programmamanager, innovator en onderwijsprofessional beweegt zij zich in transities waar samenwerking niet vanzelf ontstaat, maar steeds opnieuw moet worden uitgevonden. In dit gesprek verkennen we met haar het vak zelf: wat is netwerkregie eigenlijk, waar schuurt het, en wat vraagt het van de mensen die het doen?

Je werkt in een vak dat nog volop in ontwikkeling is. Wat trekt je daarin aan?

“Juist dat onontgonnen terrein vind ik leuk. Het is een innovatief beroep. Ik doe dit nu zo’n drieënhalf jaar en ik merk dat ik zelf ook nog aan het zoeken ben: wat behelst dit vak precies, en hoe maken we het beter en professioneler? Dat samen met een kopgroep van Common Eye verkennen vind ik heel interessant.”

Als je het vergelijkt met je eerdere werk als programmamanager, waar zit dan voor jou het grote verschil?

“In programmamanagement heb je een duidelijk doel, bekende spelers en een afgebakend speelveld. In een netwerksamenwerking niet. Daar start het met een gezamenlijke ambitie of een vraagstuk, maar er is geen vast eindpunt. Je zit midden in een transitie, en je moet samen ontdekken welke spelers er eigenlijk allemaal bij horen.

En belangrijk: er is een onafhankelijke derde nodig die dat proces begeleidt. Niet als projectleider, maar als iemand die helpt om de collectieve intelligentie zichtbaar te maken en te benutten. Ik gebruik mijn programmamanagementervaring wel, maar ik vlieg het niet meer als project aan. Je moet erkennen netwerkregie een ander vak is.”

Petra Blijenburg
Het is belangrijk dat het netwerk elkaar waardeert, en tegelijkertijd de ongelijkheid in het netwerk erkent. Petra Bleijenburg

Wat is voor jou dan de kern van netwerkregie?

“Grote veranderingen gaan altijd over gedrag en cultuur. Ik kijk heel sterk naar groepsdynamiek: wie heeft welk belang, waar zit invloed, hoe beweegt dat in de groep?

In een netwerksamenwerking zijn er wel afspraken en governance, maar de koers wordt niet alleen bepaald door formele leiders. Ook mensen met mandaat of leiders in de praktijk spelen een rol, en soms ontstaat invloed op plekken waar je die niet direct verwacht. Dat proces, hoe dat zich vormt en verschuift, dat is eigenlijk mijn werkgebied.”

Wat zie je meestal als eerste als je in zo’n netwerk stapt – wat is vaak de échte spanning onder de oppervlakte?

“In Zeewolde werk ik momenteel in een netwerk rond inclusief onderwijs. Daar merkte ik al snel: het preventieve deel is net zo belangrijk. Die partijen moeten dus ook aanhaken. Daarnaast zeiden sommige partijen: dit is van ons. Anderen: dat is van de ander. Samenwerken vraagt van organisaties ook over de grenzen van hun vakgebied heen te gaan, en anderen in jouw ruimte te laten komen. Dat kan botsen – dus moet je dat serieus aandacht geven. Dan begin ik altijd met de sleutelfiguren. Wat is jullie gezamenlijke ambitie eigenlijk? Hoe verhoudt die zich tot je wettelijke opdracht, en waar raakt dat aan de grenzen van je eigen organisatie?

Als ik dat scherp heb, maak ik het plaatje zichtbaar en visueel. Dan komen alle belangen op tafel. Ik kies er bijvoorbeeld voor om geanonimiseerde stellingen op tafel te leggen: wat herkennen jullie, waar schuurt het? En vervolgens zet ik de sneeuwbalmethode in. Het hele speelveld maak ik zichtbaar. Organisaties hebben vaak maar zicht op een deel van het vraagstuk. Als ze dat in al z’n complexiteit zien, zijn ze vaak meer bereid iets van hun eigen belang los te laten.”

Je zegt dus dat botsende belangen open op tafel moeten komen te liggen. Maar netwerken draaien ook om verbinding. Hoe breng je dat samen?

“Veel mensen zeggen: verbinden is het belangrijkste. Dat is zo, maar het kan een valkuil worden als je niet durft te kiezen. Ik zorg voor vertrouwen en een prettige sfeer, maar soms moet ik ook confronterend zijn. Het is belangrijk dat het netwerk elkaar waardeert, en tegelijkertijd de ongelijkheid in het netwerk erkent. Niet voor niets bestaat het spreekwoord ‘de sterke schouders dragen de zwaarste lasten’. Dat geldt hier zeker.”

Als organisaties het vraagstuk in al z’n complexiteit zien, zijn ze meer bereid iets van hun eigen belang los te laten

Wat gebeurt er als er meerdere bestuurders zijn met sterke schouders?

“Dat heb ik meegemaakt, er was een situatie ontstaan waarbij drie bestuurders noemden dat ze wilden samenwerken, maar dit was niet te merken aan hun houding. Ze straalden zelfs het tegendeel uit. Ik ben apart met ze in gesprek gegaan. In de volgende bijeenkomst zei een van de bestuurders: ik ben aangesproken op mijn houding en dat wil ik herstellen. Dat deed hij ook, en daarna volgde de rest. Voor mij laat dat zien hoe belangrijk het is dat je een onafhankelijke regisseur hebt, die de vrijheid heeft te spiegelen en scherpe vragen kan stellen. Iemand die niet uit de organisatie zelf komt en dus niet in die belangen verstrikt zit.”

Hoe ga je om met jouw eigen positie daarin? Jij bent onderdeel van het systeem, maar moet er tegelijk boven hangen.

“Ik ben daar heel transparant over. Ik ben zzp’er, dus ik heb ook mijn eigen belang. Ik wil maatschappelijk bijdragen, maar wil ook gewoon geld verdienen. Dat uitspreken helpt. Als je open bent over belangen, ervaar ik eigenlijk geen fricties.

Wat wel heel belangrijk is, is dat er een gedelegeerd opdrachtgever is die namens het netwerk met mij meedenkt. Een aanspreekpunt dat zelf ook baalt als we samen niet de juiste stappen zetten. Dat hoeft niet altijd de grootste speler te zijn, maar wel moet het iemand zijn die het vertrouwen van de groep heeft.”

Je werkt met veel informatie en invloed in zo’n netwerk. Waar ligt voor jou de grens: wat doe je wel en wat juist niet?

“Doordat ik zo transparant werk, zeggen sommige bestuurders dat ik echt alles weet. Het idee van kennis is macht klopt natuurlijk. Ik ben vaak de linking pin in het netwerk. Maar ik zeg altijd: ik ben van het proces, niet van de inhoud. Ik kan dingen verhelderen, ik kan een mail opstellen, maar ik ga geen volledige beleidsstukken schrijven. Als het helpt voor het geheel, doe ik het. Maar de inhoud is van de professionals uit het netwerk.”

Petra Blijenburg
Ik zorg voor vertrouwen en een prettige sfeer, maar soms moet ik ook confronterend zijn. Petra Bleijenburg

Hoe zorg je ervoor dat een netwerk niet vastloopt of juist onveilig wordt?

“Door bewust op proces te sturen. Ik confronteer het netwerk steeds met de vraag: waar willen jullie naartoe? En ik sorteer voor. Ik overzie het speelveld en het gezamenlijke belang. Dat is mijn rol. Als er kleine bondjes ontstaan, kan dat onveilig worden. Dan is het mijn werk om dat weer open te maken en bespreekbaar te krijgen.”

“En ik bereid alles heel grondig voor. Wat moet er besproken worden, wat moet eruit komen? Daarvoor gebruik ik creatieve werkvormen. Daar zit echt de kracht. Je moet de tijd díe je samen hebt maximaal benutten. Bij spanningen bel ik mensen vaak vooraf even. Niet om dingen glad te strijken, maar om het gesprek beter te laten landen in de bijeenkomst.”

Wat vind je het leukste aspect aan je werk?

“Dat ik heel veel slimme en vaak ook grappige mensen ontmoet. Ik ben altijd op zoek naar hoe één plus één drie kan worden. Het is mooi om zichtbaar te maken wat er al is. Soms is dat een slogan, soms gewoon een inzicht dat blijft hangen. Ik hoef zelf niet op het podium. Ik ben facilitator. Dienend, in de zin dat het niet om mij gaat.”

Tot slot: als je dit vak in één zin zou moeten vangen: wat is netwerkregie volgens jou dan?

“Misschien is netwerkleider een betere term. Niet in de klassieke zin als hoofd van een organisatie, maar iemand die zich volledig richt op de samenwerking in het netwerk. Als we dat vak beter positioneren en professionaliseren, helpen we netwerken echt verder.”

Hans Verheijde

Ben jij ook netwerkregisseur en wil jij eens sparren over het vak? Neem gerust contact met me op.