Case: lerend samenwerken in een IZA-regio
In de regio Noord-Holland Noord stonden netwerkleiders, programmamanagers en betrokkenen in het kader van het IZA voor een nieuwe realiteit: intensieve, organisatieoverstijgende samenwerking. Er was behoefte aan structuren en een gezamenlijke manier van denken, handelen en leren.
In de regio Noord-Holland Noord stonden netwerkleiders, programmamanagers en andere betrokkenen voor een nieuwe realiteit: intensieve, organisatieoverstijgende samenwerking in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA). Er is een transformatieplan gemaakt waaraan partijen samen moeten werken. De centrale vraag was helder en tegelijk complex: “Hoe geven we gezamenlijk en inhoudelijk goed vorm aan deze nieuwe manier van samenwerken?”
De betrokkenen – de coalitieleiders – zochten niet alleen naar afspraken of structuren, maar naar een gezamenlijke manier van denken, handelen en leren in een grotendeels nieuw werkveld.
De samenwerking in de regio vroeg om iets nieuws. De opgaven waren domeinoverstijgend, de afhankelijkheden groot en de werkwijze nieuw. Juist daarom ontstond de behoefte aan een leertraject met onafhankelijke, externe begeleiding: iemand die niet onderdeel is van het samenwerkingsverband, maar wel verstand heeft van regionale netwerken en complexe samenwerking.
Vanuit eerdere ervaringen en bekendheid in de regio is gekozen voor Common Eye. Niet om een vast programma ‘uit te rollen’, maar om samen een leertraject te ontwikkelen dat aansluit bij de vragen en praktijk van de coalitieleiders zelf.
Het leertraject werd een driedaags programma, waarin theorie en praktijk steeds nadrukkelijk met elkaar zijn verbonden. De eerste bijeenkomst bood vooral conceptuele kaders en taal om samenwerking te duiden. In de vervolgdagen verschoof het zwaartepunt steeds meer naar de eigen praktijk: actuele vraagstukken, concrete vervolgstappen en wat er nodig was om de samenwerking verder te brengen.
Kenmerkend voor de aanpak was het maatwerk en het iteratieve karakter. Tussen de bijeenkomsten door was steeds afstemming en na elke stap werd actief input opgehaald bij de deelnemers: wat helpt, wat is nodig en waar liggen behoeftes? Zo ontwikkelde het traject zich gaandeweg, in nauwe samenhang met de praktijk van de regio.
De kracht van het traject ligt in de combinatie van theorie en toepassing. De theoretische kaders boden houvast, overzicht en een bredere blik. Terwijl het gezamenlijke leren direct effect had op de samenwerking in de regio. Doordat de coalitieleiders het traject samen volgden, ontstond meer onderling vertrouwen en een gezamenlijke taal om het gesprek over samenwerking te voeren.
Terugkijkend geven deelnemers aan dat het traject goed past bij waar de regio op dat moment stond. Juist omdat samenwerken in deze context nieuw en lerend is, was het belangrijk om dicht bij de behoeften van de coalitieleiders te blijven en samen al doende richting te geven aan de samenwerking.
Meer weten over leertrajecten rondom samenwerken in regionale netwerken?
Bel of mail gerust, wij denken graag met je mee.