Netwerkimpact: hoe meet je dat?
Een verslag van een bijeenkomst vol nieuwe inzichten, herkenning en vooral veel verhalen uit de praktijk
Op 1 oktober kwamen circa 30 netwerkregisseurs en alumni van onze opleidingen samen voor de tweede bijeenkomst Leren & Ontwikkelen. Dit keer stond de vraag centraal: hoe maak je zichtbaar wat een samenwerking in een netwerk daadwerkelijk oplevert? Onder begeleiding van onze collega Matthijs Hemink en Sanne van der Linden van LEF gingen deelnemers op zoek naar de betekenis van netwerkimpact. Want impact zit niet alleen in cijfers en resultaten, maar ook in de beweging die ontstaat tussen mensen, organisaties en netwerken.
Het thema netwerkimpact kwam voort uit een behoefte die tijdens de vorige bijeenkomst sterk naar voren kwam. We werken volop samen, maar wat levert dat nu eigenlijk op? En hoe maak je dat zichtbaar of meetbaar? Er was veel herkenning: in onze netwerken wordt veel gepraat, afgestemd en overlegd. Soms kan het voelen alsof er vooral veel tijd aan tafels wordt doorgebracht, zonder dat direct duidelijk is wat dat oplevert. Tegelijkertijd laat niet alles wat waardevol is zich vangen in cijfers. Een nieuwe verbinding, een andere houding of een beweging die langzaam op gang komt, kan minstens zo betekenisvol zijn. De vraag is dus niet alleen óf een netwerk impact heeft, maar ook hoe je die impact herkent en zichtbaar maakt.
Onderzoek in co-creatie
Sanne van der Linden vertelde vanuit haar jarenlange ervaring met het Leiden Education Fieldlab (LEF). Binnen dit netwerk werken onderwijsprofessionals, ondernemers, musea en andere partijen samen aan innovatie, kennisdeling en ontwikkeling. De vraag hoe je de impact van zo’n netwerk zichtbaar maakt, bleek niet eenvoudig. Juist omdat verschillende partijen verschillende waarden en verwachtingen hebben. Daarom onderzocht LEF in co-creatie met Common Eye de impact van het Leidse netwerk. Sanne: “Daaronder ligt ook een vertrouwensvraag: we kregen van onze bestuurders de ruimte om twee jaar lang de impact te meten, juist omdat we al zo lang met elkaar samenwerken.”
“Impact is niet voor iedereen hetzelfde”, vervolgt Matthijs. “Wat voor de ene samenwerkingspartner waardevol is, kan door een andere partij heel anders worden ervaren.” Bovendien gaat het bij netwerkimpact niet alleen om de uiteindelijke doelgroep. Ook professionals, deelnemende organisaties, het netwerk zelf en uiteindelijk de bredere samenleving kunnen effecten ervaren.
Veel tafels, één vraag
Een ander belangrijk inzicht was dat complexe vraagstukken simpelweg niet door één organisatie of één beroepsgroep kunnen worden opgelost. Denk aan personeelstekorten, de energietransitie of vraagstukken in de zorg. Daarvoor zijn verschillende perspectieven, expertises en belangen nodig. Dat maakt netwerken krachtig, maar tegelijkertijd ook ingewikkeld. Veel organisaties zitten bovendien in meerdere netwerken tegelijk. Er ontstaan soms veel verschillende overlegtafels met overlappende thema’s en dezelfde deelnemers. De vraag ‘Wat levert al dat samenwerken eigenlijk op?’ is daardoor steeds relevanter.
Van cijfers naar verhalen
In het gesprek over netwerkimpact werd duidelijk dat cijfers belangrijk kunnen zijn, maar niet het hele verhaal vertellen. Bij het LEF bleek bijvoorbeeld dat bestuurders behoefte hadden aan feiten en resultaten om een netwerk te kunnen legitimeren. Tegelijkertijd maakte juist het vertellen van verhalen zichtbaar welke beweging er daadwerkelijk was ontstaan. Nieuwe samenwerkingen, nieuwe initiatieven en veranderingen in de praktijk werden zo onderdeel van het bewijs van impact.
Dat vraagt om een andere manier van kijken. Impact ontstaat soms pas jaren later en kan zich bovendien onverwacht ontwikkelen. Sanne benoemde het beeld van een steen die je in een vijver gooit: je kunt de eerste rimpeling zien, maar niet altijd voorspellen hoe ver de beweging zich verspreidt.
Model als gesprekspartner
Het Netwerkimpactmodel van Common Eye hielp om die gedachte verder te concretiseren. In de kern staan de mensen die samen een netwerk vormen, met daaromheen drie ringen. De eerste ring gaat over directe resultaten op korte termijn. De tweede gaat over veranderingen die tussen mensen ontstaan: ander gedrag, nieuwe initiatieven, innovaties en veranderde houdingen. De buitenste ring betreft maatschappelijke effecten. Denk aan economisch, technologisch, politiek-bestuurlijk of ecologisch gebied.
De boodschap was nadrukkelijk niet dat ieder netwerk alles moet meten. Juist door bewust te kiezen welke indicatoren iets zeggen over de gewenste impact, kan een netwerk leren van wat er gebeurt. Daarbij kunnen zowel harde als zachte indicatoren worden gebruikt. Verhalen, ervaringen en observaties zijn dus net zo goed onderdeel van het leerproces.
Verhalen delen
Na de pauze werd de theorie direct naar de praktijk gebracht. Deelnemers vertelden in tweetallen over een sleutelmoment in een samenwerking: een gebeurtenis die impact had, positief of negatief. Wat gebeurde er? Wie waren erbij betrokken? Wat maakte het verschil? En wat kunnen anderen ervan leren? Vervolgens delen de deelnemers hun ervaringen in grotere groepen onder leiding van Matthijs en Sanne en de collega’s Janneke, Ilse en Susan.
De verhalen maakten duidelijk dat impact vaak ontstaat op onverwachte momenten. Een deelnemer vertelde bijvoorbeeld hoe een bestuurlijke opdracht rond jeugdzorg uiteindelijk niet van de bestuurders kwam. Nadat ambtenaren het initiatief wilden stoppen, verlegde zij haar aandacht naar de aanbieders die wél de energie voelden om dit vraagstuk op te pakken. De teleurstelling werd omgezet in gezamenlijke actie. Een van de regio’s besloot het initiatief te trekken en er ontstond een gezamenlijk gedragen plan. De les: je hoeft niet altijd te wachten op het formele mandaat. Soms ontstaat beweging juist wanneer je aansluit bij de energie die al aanwezig is.
Transparantie werkt verbindend
Ook het verhaal van een andere deelnemer liet zien dat eerlijkheid een krachtige interventie kan zijn. Door zichtbaar te maken welke organisaties hun afspraken, die wel waren vastgelegd, nog niet nakwamen, ontstond eerst weerstand. Vooral bij de partner in kwestie. Toch kwam er daardoor beweging. De partner gaf openheid waarom die niet kon leveren, het gaf alle partners inzicht en tegelijkertijd werd zichtbaar dat iedereen onderdeel was van dezelfde opgave. Transparantie bleek daarmee niet alleen confronterend, maar ook verbindend.
Andere verhalen gingen over het belang van de juiste timing, kleine stappen en soms bewust niets doen. Of stoppen. Een bijeenkomst met kleine zorgaanbieders trok veel minder deelnemers dan verwacht. Toch leverde de bijeenkomst waardevolle feedback op. Is dat niet ook impact maken, en is het misschien nodig je verwachtingen bij te stellen? In een ander verhaal bleek dat kleine interventies – zoals een agenda maken, afspraken vastleggen of juist even op je handen zitten – op de lange termijn positieve gevolgen kunnen hebben. Een olifant eet je tenslotte ook in plakjes.
Waardevolle bijeenkomst
Aan het einde van de bijeenkomst bleef vooral het belang van deze ontmoeting hangen. Fysiek samenkomen, ervaringen delen en merken dat anderen met vergelijkbare vraagstukken worstelen, geeft energie en vertrouwen. Deelnemers ontdekten dat hun netwerken misschien sterk van elkaar verschillen, maar dat onderliggende dynamieken opvallend vaak hetzelfde zijn.
En misschien wel de belangrijkste opbrengst van de middag: impact hoeft niet altijd groot te beginnen om uiteindelijk groot te worden. Soms begint het met één gesprek, één kleine interventie of één persoon die zegt: “Wij gaan het gewoon doen.”