“Als niemand het antwoord heeft, begint het gesprek”
Edwin Kaats en Sabya van Elswijk in gesprek over praktijk, het vak en partnerschap
Sabya van Elswijk is toegetreden als partner bij Common Eye. In haar werk beweegt zij zich al jaren in het hart van samenwerkingsvraagstukken – vaak daar waar niemand het antwoord al heeft en waar leren, handelen en reflectie samenkomen. In dit gesprek verkennen Sabya en oprichter en partner Edwin Kaats hun gedeelde fascinatie voor samenwerken en netwerken. Ze staan stil bij de momenten die hun denken hebben gevormd, bij samenwerken als vaardigheid en leerproces, en bij hoe zij samen kijken naar de toekomst van het vak en van Common Eye.
Fascinatie voor samenwerking
Edwin: Sabya, wat fascineerde jou in het vak van samenwerken en netwerken? Hoe ben je daarin terechtgekomen?
Sabya: Na mijn studie Medische Sociologie en Antropologie had ik sterk de behoefte om de praktijk in te gaan. Ik startte als beleidsmedewerker in de ouderenzorg. Dat was een leerzame omgeving, maar ook één waarin ik al snel iets begon te zien dat me intrigeerde. Juist daar waar processen logisch en goed doordacht leken, liep het in de praktijk vaak vast. Dat riep vragen op: waarom werkt dit niet zoals bedacht? Wat gebeurt hier eigenlijk?
Edwin: Wat raakte je daarin het meest?
Sabya: Dat verschil tussen ontwerp en werkelijkheid. Ik merkte dat beleid en processen een eigen logica hebben, maar dat het dagelijks handelen van mensen zich daar niet automatisch naar voegt. Vanuit die spanning ben ik me gaan verdiepen in veranderkunde en heb ik de stap gezet naar organisatieadvies. Binnen organisaties leerde ik hoe systemen werken, hoe routines ontstaan en waar ruimte zit om dingen anders te doen. Dat was een belangrijke leerschool.
Werken in de tussenruimte
Edwin: En wanneer verschoof je focus van organisaties naar netwerken?
Sabya: Dat kwam ongeveer tien jaar geleden. Ik werd gevraagd voor een opdracht die niet over één organisatie ging, maar over een regio. Meerdere VVT-organisaties wilden samen met het onderwijs werken aan het opleiden en behouden van zorgprofessionals. Dat was mijn eerste echte netwerkopgave.
Edwin: Wat maakte dat anders dan het werk dat je tot dan toe deed?
Sabya: Alles eigenlijk. Je werkt niet binnen een hiërarchie. Er zijn geen vaste regels of duidelijke bevoegdheden waarop je kunt terugvallen. Vooruitgang ontstaat via afstemming, via zoeken naar gedeelde belangen en via het verbinden van heel verschillende werelden. Onderwijsinstellingen met hun eigen logica, zorgorganisaties groot en klein met uiteenlopende belangen: alles komt samen in een soort tussenruimte waarin je gezamenlijk iets probeert te bouwen.
Edwin: Wat deed dat met je?
Sabya: Het fascineerde me onmiddellijk. Als socioloog was ik opgeleid om samenlevingen te analyseren, maar hier stond ik middenin die dynamiek. Samenwerken in netwerken raakte voor mij aan fundamentele vragen: hoe nemen mensen samen besluiten? Hoe komt collectieve actie tot stand? Hoe organiseren we ons als samenleving rondom complexe vraagstukken?
Edwin: En dat werd een blijvende lijn in je werk?
Sabya: Zeker. Vanaf dat moment werd ik steeds vaker gevraagd voor netwerkopgaven, vaak in de rol van netwerkregisseur. Steeds opnieuw ging het om het verbinden van bestuurlijke en beleidsmatige werkelijkheden met de dagelijkse praktijk in de langdurige zorg. Dat spanningsveld – en vooral de ruimte die ontstaat als je daar zorgvuldig in werkt – is wat mij toen greep en wat mij nog steeds motiveert.
Edwin: Herkenbaar. Voor mij begon die fascinatie overigens al eerder, in een heel andere context. Aan het begin van mijn loopbaan werkte ik in de ketenlogistiek. Daar draaide alles om procesoptimalisatie: begrijpelijk, want de marges zijn klein. Maar ik merkte dat mijn aandacht steeds verschoof.
Sabya: Waarheen?
Edwin: Naar de afspraken tussen partijen. Mijn gevoel was dat niet zozeer de processen zelf, maar vooral de manier waarop partijen met elkaar samenwerkten, bepalend was voor het resultaat. Ik begon me af te vragen hoe effectief die overlegtafels eigenlijk waren. Wat gebeurt daar precies? Waarom leidt samenwerking soms tot goede uitkomsten, en soms niet?
Sabya: Dat is eigenlijk dezelfde verwondering, maar vanuit een andere praktijk.
Edwin: Precies. Die vragen hebben mij uiteindelijk naar organisatieadvies en later naar Twynstra Gudde gebracht, waar ik me expliciet ben gaan richten op wat samenwerking effectief maakt. Daar heb ik veel geleerd van collega’s op het gebied van organisatiekunde, veranderkunde en mutual gains. Samenwerking werd voor mij steeds minder een ‘zachte factor’ en steeds meer een bepalend mechanisme in hoe organisaties en netwerken functioneren.
Sabya: En dat zie je nu ook terug bij Common Eye.
Edwin: Ja. Sinds 2013 ben ik deel van een bureau waar samenwerken aan maatschappelijke opgaven de kern vormt. Voor mij betekent dat dat we niet alleen reageren op de samenwerkingsvragen van vandaag, maar ook proberen te begrijpen welke vragen eraan komen. Die nieuwsgierigheid naar ‘waarom werkt samenwerking zoals ze werkt, en hoe kan ze beter?’ is eigenlijk nooit verdwenen.
Een gedeeld doel is niet genoeg
Edwin: Als je terugkijkt, welke keerpunten zie je dan in je eigen denken over samenwerken en netwerken?
Sabya: Een belangrijk keerpunt was het besef dat een gedeeld doel niet automatisch leidt tot gezamenlijke actie. In het begin ging ik er impliciet van uit dat als iedereen het eens is over het belang van een opgave, samenwerking vanzelf op gang komt. Neem het vraagstuk van voldoende zorgpersoneel: iedereen onderschrijft de urgentie, maar toch loopt het vaak vast.
Edwin: Wanneer werd voor jou duidelijk dat daar iets anders speelde?
Sabya: Toen ik zag dat organisaties en bestuurders oprecht hetzelfde kunnen willen en toch niet in beweging komen. In de praktijk spelen altijd andere dynamieken mee: de continuïteit van de eigen organisatie, historisch gegroeide werkwijzen, culturele verschillen, wettelijke en financiële kaders. Dat maakt samenwerken veel minder vanzelfsprekend dan het op papier lijkt.
Edwin: Wat deed dat inzicht met jouw manier van werken?
Sabya: Het veranderde mijn perspectief fundamenteel. Ik ging samenwerking niet langer zien als iets dat volgt uit intentie, maar als iets dat vraagt om ruimte voor het begrijpen van onderliggende spanningen en belangen. Samenwerken betekent werken met die dynamiek, niet eroverheen plannen.
Edwin: Dat lijkt ook samen te vallen met een persoonlijke keuze in je loopbaan.
Sabya: Klopt. Ik werkte als zelfstandig ondernemer en had veel autonomie, maar ik merkte dat de vragen waar ik tegenaan liep te groot waren om alleen te dragen. Ik miste een stevigere inhoudelijke bedding, een plek om samen te denken en te leren. In die periode kwam ik in contact met Common Eye.
Verdieping, reflectie en gezamenlijke kennisontwikkeling
Edwin: Wat maakte dat je besloot je daarbij aan te sluiten?
Sabya: Ik ontdekte een omgeving waarin samenwerken en netwerken niet werden benaderd als methode of truc, maar als een vakgebied dat vraagt om verdieping, reflectie en gezamenlijke kennisontwikkeling. Dat was voor mij doorslaggevend. Het voelde als een plek waar mijn vragen serieus genomen werden en verder konden rijpen.
Edwin: Later kwam er nog een ander kantelpunt, begrijp ik.
Sabya: Ja, dat had te maken met de vraag naar opbrengsten. In mijn rol als programmamanager in samenwerkingsprojecten kreeg ik steeds vaker de vraag: wat levert dit samenwerken eigenlijk op? Het dominante antwoord werd vaak gezocht in cijfers en meetbare resultaten.
Edwin: En daar wrikte iets?
Sabya: Precies. Veel initiatieven waarbij ik betrokken was, gingen over gemeenschapskracht, nieuwe vormen van zorg, technologie in de dagelijkse praktijk en de verbinding tussen creativiteit en zorg. Dat zijn ontwikkelingen die zich niet eenvoudig laten vangen in indicatoren. Die spanning bracht me bij nieuwe vragen.
Edwin: Welke vragen waren dat?
Sabya: Wat voor type onderzoek heb je nodig om te begrijpen wat er in samenwerkingen werkelijk gebeurt? Wat leren mensen onderweg? En wat betekent dat voor hoe we samenwerken organiseren? Dat was de aanleiding om te starten met een promotieonderzoek naar wat goed samenwerken is, gesitueerd in de langdurige zorg.
Edwin: En hoe werkt dat door in je huidige praktijk?
Sabya: Dat onderzoek en mijn adviespraktijk voeden elkaar continu. Door concrete praktijken te bestuderen waarin verbetering en vernieuwing worden nagestreefd, zie ik scherper wat werkt, waarom het werkt en in welke context. Die inzichten neem ik weer mee in mijn werk als adviseur.
Edwin: Dat herken ik sterk. Ik ben zelf al lange tijd met samenwerking bezig en toch blijft het me verbazen. Niet alleen vanwege de kracht ervan, maar ook omdat er steeds weer nieuwe stappen te zetten zijn. Het voelt vaak alsof je een baken uitzet aan de horizon en, zodra je daar aankomt, nieuwe bakens ziet verschijnen.
Sabya: Dat voortdurende zoeken is misschien ook wat het vak zo boeiend maakt.
Edwin: Absoluut. Een belangrijk inzicht voor mij was dat de wetmatigheden van samenwerking overal in onze samenleving terugkomen. Niet alleen in formele samenwerkingsverbanden, maar in vrijwel alle situaties waarin mensen gezamenlijk proberen richting te geven aan verandering.
Sabya: En dat opent ook een veel breder werkveld.
Edwin: Precies. Daarnaast merkte ik hoe impactvol het kan zijn om mensen vertrouwd te maken met de condities waaronder samenwerking daadwerkelijk werkt. Wanneer mensen begrijpen waarom samenwerking stokt of juist in beweging komt, ontstaat er ruimte voor ander handelen. Dat is een belangrijke drijfveer in mijn werk geworden.
Sabya: Het gaat dan niet om oplossingen aandragen, maar om iets duurzamers.
Edwin: Ja, om het vergroten van het handelingsrepertoire van anderen. En misschien wel het meest richtinggevende inzicht is dat samenwerking uiteindelijk alleen relevant wordt, wanneer zij bijdraagt aan maatschappelijke impact. Samenwerking is geen doel op zich, maar een middel om beweging te creëren in complexe vraagstukken. Die overtuiging vormt de kern van hoe ik mijn rol als adviseur zie.
Edwin: Als je vooruitkijkt, hoe zie jij de toekomst van samenwerken en netwerken?
Sabya: Ik zie netwerken steeds meer als een eigen weefsel in onze samenleving. Niet als iets tijdelijks of aanvullends, maar als een realiteit waarin veel werk, besluitvorming en verandering plaatsvindt. Samenwerken wordt daarmee steeds minder een project en steeds meer een doorlopende praktijk. Dat vraagt om nieuwe vormen van organiseren, maar ook om nieuwe manieren van kijken.
Edwin: Wat betekent dat voor hoe we naar samenwerking kijken?
Sabya: Dat ontmoeten en verbinden belangrijk blijven, maar niet voldoende zijn. De maatschappelijke opgaven waarvoor we staan vragen dat samenwerking ook leidt tot handelen, tot verandering in de praktijk en tot zichtbare impact. Die stap van ontmoeten naar samen handelen is vaak kwetsbaar.
Edwin: Waar zit die kwetsbaarheid voor jou?
Sabya: In de bereidheid om te denken vanuit het collectief. Dat betekent dat mensen hun eigen posities, routines en gedrag ter discussie moeten stellen. In netwerken wordt dan snel zichtbaar waar belangen schuren, waar macht zit en waar vanzelfsprekendheden niet meer werken. Dat kan ongemakkelijk zijn, maar precies daar ligt ook de potentie voor beweging.
Edwin: Je noemt samenwerking ook een leerproces.
Sabya: Ja, samenwerken is altijd leren. Niet alleen leren over de opgave, maar ook over hoe we samenwerken, hoe besluiten tot stand komen en wat handelen mogelijk maakt of juist belemmert. Zonder die leercomponent verwordt samenwerking al snel tot overleg; mét leren kan zij uitgroeien tot een krachtig vehikel voor verandering.
Edwin: Dat raakt ook aan de toekomst van ons vak.
Sabya: Zeker. Voor het adviesvak betekent dit dat nabijheid tot de praktijk belangrijker wordt. Advies gaat minder over oplossingen aandragen en meer over aanwezig zijn, duiden, vertragen en helpen leren. Het vraagt om vakmanschap dat zich beweegt tussen verschillende werelden en dat complexiteit kan verdragen zonder die direct te willen reduceren.
Edwin: Dat vraagt ook iets van de adviseur zelf.
Sabya: Absoluut. Je bent als adviseur je eigen instrument. Dat is geen nieuw inzicht, maar het betekent wel dat je je eigen denkbeelden en gedrag continu moet bevragen. En dat je je moet omringen met kritische mee- en tegendenkers om scherp te blijven.
Edwin: Als ik dat vertaal naar Common Eye, zie ik een duidelijke ontwikkelrichting. Voor mij ligt de toekomst van ons werk in de combinatie van verbinden, handelen en leren. In die tussenruimte worden relaties opgebouwd, acties uitgeprobeerd en inzichten ontwikkeld die het collectief verder brengen.
Sabya: Dat herken ik. Common Eye zie ik nadrukkelijk als een collectieve ontwikkeling. Het bureau is vanaf het begin ingericht als een netwerk, waarin verschillende achtergronden, perspectieven en ervaringen samenkomen. Die diversiteit is onze kracht.
Edwin: En wat betekent dat voor jou persoonlijk, nu je partner bent?
Sabya: Partner zijn voelt voor mij als het expliciet maken van iets wat in mijn werk al langer gaande is. Ik werk het liefst in situaties waarin niemand het antwoord al heeft. Waar opdrachtgevers en adviseurs samen zoeken naar wat hier nodig is. Zij kennen hun praktijk van binnenuit, wij brengen kennis over samenwerken, veranderen en leren. Pas in die combinatie wordt het vraagstuk echt hanteerbaar.
Edwin: En dat is ook precies waarom jij zo’n belangrijke rol speelt binnen ons bureau.
Sabya: Voor mij betekent partnerschap dat ik die ruimte help creëren, beschermen en verder ontwikkelen. Dat is het werk waaraan ik mij verbind, en waarin ik mij als partner herken.
Lees meer over Sabya van Elswijk.