Onderwijsfusies: samen werken aan kwaliteit

Schoolbesturen staan voor een groot aantal uitdagingen, waaronder teruglopende leerlingenaantallen, personeelstekorten en de wens om onderwijskwaliteit en kansengelijkheid te waarborgen. Deze uitdagingen vragen steeds vaker om een fusie tussen scholen of tussen schoolbesturen. In dit artikel verkennen we de aanleiding, het proces en de aandachtspunten bij onderwijsfusies – gebaseerd op eigen ervaringen en gesprekken met experts en bestuurders uit het veld.

Aanleidingen voor fusies

De aanleiding voor fusies in het onderwijs is divers. Teruglopende leerlingenaantallen, segregatie, kansenongelijkheid, personeelstekorten en de behoefte aan specialistische zorg en onderwijs op maat spelen een rol. Ook kan een fusie bijdragen aan een gezonde bedrijfsvoering. Het vergoten van de schaalgrootte biedt mogelijkheden deze uitdagingen gezamenlijk aan te pakken. Door fusies kunnen schoolbesturen efficiënter werken, expertise bundelen en beter inspelen op maatschappelijke vraagstukken.

Maatschappelijke opdracht en verantwoordelijkheid

Een andere belangrijke aanleiding voor fusies is de ontwikkeling in het denken over scholen. We verwachten van het onderwijs dat een school een bredere bijdrage levert dan lesgeven. Het onderwijs is een belangrijke partij in maatschappelijke opgaven, zoals het tegengaan van segregatie, het bevorderen van kansengelijkheid en het goed begeleiden van onze kwetsbare jongeren. Deze opgaven kan geen enkele organisatie alleen oplossen. Daarvoor zijn veel en diverse organisaties nodig en dus ook het onderwijs. Daarnaast weten we dat deze opgaven ook lokaal opgepakt moeten worden. Landelijk beleid en landelijke sturing kunnen hier maar beperkt een rol in spelen.

We zien hierdoor dat onderwijsinstellingen steeds meer willen en moeten samenwerken met andere organisaties zoals zorg, gemeente, kinderopvang en welzijnsorganisaties. In het primair onderwijs komt deze taak van samenwerken vaak bij bestuurders en schoolleiders terecht. Hoe kleiner de stichting en in hoe meer gemeenten actief, hoe hoger de belasting en werkdruk. Door de toegenomen werkdruk zijn bestuurders en schoolleiders steeds minder beschikbaar voor andere vraagstukken en uitdagingen die op de school en in de onderwijsstichting spelen.
Een samenwerking zoals een fusie, kan in dit geval zorgen voor meer middelen en mensen, waardoor meer managementaandacht naar ‘buiten’ kan en minder naar binnen gericht hoeft te zijn.

Ruben van Wendel de Joode
Organisaties doen er goed aan het begrip ‘cultuur’ te specificeren en concretere onderdelen te benoemen. Ruben van Wendel de Joode

Fusie als een van de opties

Er zijn mogelijke samenwerkingsvormen waarvoor schoolbesturen kunnen kiezen. Denk aan het uitwisselen van personeel, een contractuele samenwerking voor het uitbesteden van een ondersteunende dienst of het gezamenlijk opzetten van een shared service center voor bepaalde (ondersteunende) diensten.
Tegelijkertijd merken wij een verzadiging van de hoeveelheid samenwerkingen die een onderwijsbestuur kan aangaan en moet onderhouden. Denk aan de samenwerking met gemeenten, andere onderwijsinstellingen, in onderwijsregio’s en in samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Iedere samenwerking vraagt aandacht en die aandacht is er slechts in beperkte mate. Mits een goede fit, wordt een fusie daarmee een steeds interessantere optie.

Twee soorten: bestuurlijke fusie versus scholenfusie

Bij fusies moeten wij een onderscheid maken in twee soorten fusies. Een bestuurlijke fusie betreft het samengaan van twee of meer schoolbesturen, waarbij de scholen zelf relatief onveranderd (kunnen) blijven. Dit type fusie is vooral gericht op schaalvergroting in bedrijfsvoering en ondersteunende diensten. Een scholenfusie daarentegen betreft het samengaan van twee of meer scholen. In dit geval is de reden vaak een te klein leerlingenaantal waardoor de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs zelf in gedrag komt. Andere redenen zijn ook denkbaar: zoals het gezamenlijk optrekken richting een nieuw en modern pand, het verbreden van de keuzemogelijkheden voor leerlingen, het bieden van een breder onderwijsaanbod en het ontwikkelen van een nieuw onderwijsconcept.

Beide vormen van fusies, de bestuurlijke fusie en de scholenfusie, hebben hun eigen aanleiding en impact. Het is sterk afhankelijk van de specifieke context welk type fusie het meest passend is.

Processtappen

Ieder samenwerkingsproces en dus ook de fusie kent vier hoofdonderdelen: verkennen, richten, inrichten en verrichten. In de verkenningsfase wordt de regio geanalyseerd en worden potentiële fusiepartners geïdentificeerd.
In de richtingsfase worden ambities en maatschappelijke meerwaarde besproken. De inrichtingsfase omvat relevante onderzoeken. Bij een fusie denken wij dan onder meer aan het uitvoeren van een due diligence onderzoek, cultuuronderzoek en het raadplegen en betrekken van relevante actoren zoals personeel en ouders. In deze fase vindt vervolgens ook de besluitvorming plaats en is fusie een feit.

Tot slot volgt de verrichtingsfase. De fusie is dan wel een feit: de organisaties werken nog niet als één. Deze fase start dan ook met integratie: het samenvoegen van processen en systemen. Vervolgens wordt gezamenlijk opgetrokken en als het goed is, de meerwaarde van de fusie wordt gerealiseerd. Hieronder zie je een schematische weergave van het ontwikkelingsproces van een samenwerkingsverband zoals een fusie.

Aandachtspunten en tips

Een fusie vraagt om zorgvuldige voorbereiding en begeleiding. Enkele tips uit de praktijk:

  • formuleer een gezamenlijke ambitie: waarom gaan wij fuseren? Wat gaan wij samen beter doen, dan alleen?
  • formeer werkgroepen om specifieke onderwerpen te onderzoeken. Denk aan het onderzoek naar de verschillen in het type onderwijs, de besturingsfilosofie, financiën en hrm. Daarbij is het belangrijk dat de werkgroepen niet zozeer oplossingen formuleren, maar vooral inventariseren. In deze fase zijn beide organisaties nog onafhankelijk en dat maakt het keuzeproces ingewikkeld. Welke it-systeem gaan we kiezen? Wat is de gewenste besturingsfilosofie? Zolang beide organisaties onafhankelijk zijn, zal deze keuze altijd een belangengesprek zijn. Deze gesprekken kunnen onderlinge verschillen vergroten en de fusie steeds onaantrekkelijker maken. Sommige besluiten moeten voor fusiedatum, maar de meeste keuzes kunnen ook na de fusie. Na de fusie is er eenheid in aansturing en is besluitvorming relatief eenvoudiger
  • houd rekening met BRIN-nummers en wettelijke vereisten rondom fusies in het onderwijs
  • neem de RvT, GMR en het personeel op de juiste momenten mee in de plannen rondom de fusie
  • laat je begeleiden door een onafhankelijke begeleider voor neutraliteit. In het fusieproces staat nog niets vast en iedere keuze wordt al snel een belangengesprek. Een onafhankelijk begeleider kan structuur brengen en kan deze belangen bespreekbaar maken
  • zorg voor duidelijke programmaregie in de implementatie van de fusie. Het primaire onderwijsproces vraagt veel aandacht, waardoor het overzicht binnen het fusietraject kan verdwijnen
  • specifiek voor eenpitters (onderwijsstichtingen met één school): wees realistisch over tijd, planning en capaciteit. Een fusieproces kost veel tijd en aandacht en dat doe je als bestuurder niet zomaar naast alle andere taken.
Paul Verwoert
Fusies zijn geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke meerwaarde te blijven creëren. Het is essentieel het verhaal achter de fusie scherp te hebben. Paul Verwoert

Cultuurverschil: belangrijk en overgewaardeerd?

Een puzzel die veel organisaties hebben, is het cultuurverschil tussen beide scholen of tussen beide onderwijsstichtingen. Hoe gaan we om met die verschillen? In onze ervaring kan dit verschil het succes op een fusie maken of breken. Paradoxaal genoeg kan het slim zijn deze verschillen niet te veel te benoemen: het zet vaak de verschillen op scherp.

Daarnaast is cultuur een omvangrijk en vaag begrip: wat bedoelen we nu precies? Waarover hebben we het? In onze ervaring met fusies doen organisaties er goed aan het begrip ‘cultuur’ te specificeren en concretere onderdelen te benoemen. Bij cultuur denken we bijvoorbeeld aan denominatie, besturingsfilosofie, visie op onderwijs en de specifieke inrichting van werkprocessen en procedures. Het specificeren van het abstracte begrip in concretere onderwerpen zorgt er in onze ervaring voor dat het gevreesde cultuurverschil tussen organisatie minder fundamenteel wordt ervaren: het worden overkomelijke verschillen waaraan gewerkt kan worden.

Wel of geen fusie?

Fusies zijn geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke meerwaarde te blijven creëren. Het is essentieel het verhaal achter de fusie scherp te hebben: wordt de leerling er beter van? Door het proces zorgvuldig te doorlopen en aandacht te besteden aan belangen, ambities en cultuur, kan een fusie bijdragen aan toekomstbestendig onderwijs.