Samen sturen in de wijk: lessen uit de praktijk
Innovatieve, goedwerkende oplossingen ontwikkel je samen met de mensen om wie het gaat. Want bij het aanpakken van sociale vraagstukken in de wijk – zoals gezond leven, eenzaamheid, meedoen, zorg hebben voor elkaar – draait alles om de inzet van de mensen die daar wonen. Er is veel initiatief en beweging in onze samenleving, zoals de zorgzame gemeenschappen gebundeld in Nederland zorgt voor elkaar. De betrokken professionele organisaties hebben de opdracht; en de inwoners de energie en zorgzaamheid om iets te betekenen voor hun buurt.
Op naar een mooie samenwerking in de wijk. Het klinkt zo logisch. In de praktijk is het niet makkelijk. Want waar begin je? Wie praat waar met wie? Hoe zorg je ervoor dat de oplossing echt van de wijk is en blijft? En waarom werkt het overal anders?
Les 1. Er is altijd voldoende reden om hetzelfde te blijven doen als je altijd deed
Om te beginnen bij de beren op de weg. We horen drie redenen vaak terugkomen, die tegenhouden op de weg naar samenwerking met inwoners in de wijk:
- Ten eerste: er blijft veel werk dat in gesprek tussen professionals thuishoort. Er is op strategisch niveau veel voorbereidend en tussentijds gesprek te voeren tussen de betrokken professionele organisaties. Ter voorbereiding, om elkaar te vinden in hoe zij kijken naar de opgave, eigen verantwoordelijkheden, verdeling van middelen en hoe zij hun inzet op elkaar afstemmen. En tussentijds, om te leren van wat er gebeurt in de wijk en af te stemmen of de organisaties doen wat er nodig is. Daar gaat veel tijd en aandacht aan op.
- Ook niet onbelangrijk: er komt veel druk vanuit landelijke en regionale beleidsafspraken zoals AZWA en IZA/GALA die tijd en aandacht vragen van professionals. De afspraken worden voornamelijk tussen organisaties gemaakt. Dit versterkt de neiging van professionals om eerst zelf in het professionele systeem de oplossing te bedenken. Samenwerken met inwoners kost tijd en organisatiekracht die de druk op professionals verhoogt. Daardoor ontstaan er oplossingen die in de praktijk niet werken. De kloof tussen het professionele systeem en de praktijk.
- Wat ook tegenhoudt: veel professionals en managers voelen zich handelingsverlegen door het ontbreken van een heldere visie en duidelijke samenhangende veranderstrategie. Daar komt een organisatie niet zomaar toe. Het is het resultaat van een lerende beweging vol initiatief en ruimte tot ontdekken in de wijk in samenspel van directie, management en teams in de uitvoering. Dat vraagt veel vasthoudendheid van de betrokken professionals om anders te willen werken. Anders krijg je hetzelfde wat je altijd al deed.
Professionele organisaties en inwoners maken samen een sterke samenleving. Er liggen veel kansen om anders en slimmer met elkaar samen te werken. De uitdaging zit in het hoe. In vaktaal gezegd: we zien daarin de beweging naar én meer integrale samenwerking tussen organisaties rond een vraagstuk, én de beweging naar meer gemeenschapsgericht werken. Het vraagt actief leiderschap van organisaties te sturen in deze bewegingen naar impactvolle oplossingen. Of in gewone taal: organisaties moeten iets anders gaan doen om te komen tot werkende oplossingen in de wijk. En dat is niet zo maakbaar en stuurbaar als de vaktaal doet denken. Dat is weerbarstig, en magisch.
Les 2. Je denkt het wel te weten, maar dat kan dus niet
Gemeenschapsgericht werken past bij de ontwikkeling om oog te hebben voor de rol en bijdrage van alle relevante partijen in het systeem rond een opgave. De focus ligt op wat de gemeenschap al in huis heeft, hoe buurtbewoners elkaar kunnen steunen en hoe organisaties daarop kunnen aanvullen om samen tot oplossingen te komen voor de actuele vraagstukken. Omdat elke buurt en het samenspel tussen inwoners uniek is, is aandacht nodig voor het helpen versterken van ontmoeting en het netwerk tussen inwoners onderling. Dat vraagt iets anders van organisaties dan samenwerking gericht op het effectiever of efficiënter realiseren van organisatietaken, en het managen van afhankelijkheden van stakeholders.
We zien in gemeenten steeds meer samenwerkingen en netwerken ontstaan, waarin actieve inwoners in de buurt, sociaal ondernemers, professionals van maatschappelijke organisaties en de gemeente zich samen inzetten voor lokale opgaven. Inwoners zitten dan aan tafel vanuit de kennis en ervaring over wat zij meemaken bij hun inzet voor bijvoorbeeld het tegengaan van eenzaamheid in de wijk. Zij doén en daarmee zijn zij gelijkwaardige samenwerkingspartners met de betrokken professionele organisaties. Ieder brengt in vanuit diens mogelijkheden om tot oplossingen te komen.

Figuur 1. Hoe inwoners en organisaties samenwerken op basis van stakeholderperspectief en ecosysteemperspectief
Bij gemeenschapsgericht werken is de taak van de organisatie zelf ook onderwerp van gesprek. Dat is niet eenvoudig: de eigen taken en dienstverlening zijn vaak het vertrekpunt van de professional. Om de eigen inzet ter discussie te stellen, is moed nodig om tegen het systeem van de eigen organisatie in te gaan. Dit kan tegengestelde belangen met zich meebrengen. De focus hierbij is dan steeds om te ontdekken met welke dienstverlening (expertise, activiteiten, inzet van capaciteit) de organisatie ondersteunend is aan de buurt om oplossingen voor de vraagstukken te kunnen realiseren.
Een werkende oplossing kan zijn dat iets anders gevraagd wordt van de betrokken professionals dan waarvoor zij een opdracht hebben of toe zijn uitgerust. Dit verdient naast gezamenlijke reflectie met partners in de wijk ook een intern gesprek op strategisch niveau. Want werkende oplossingen in de wijk ontstaan niet zomaar. Het vraagt een grote investering van professionals om in de wijk te leren, in gesprek te blijven en mee te bewegen met wat nodig is rond de lokale opgave. En ook dan kan het mislukken. Het gaat om de gelegenheid scheppen dat er een werkende oplossing kán ontstaan. Meer hebben we niet in de hand.
Les 3. Anders werken heeft tijd nodig
Deze geanonimiseerde blooper is op waarheid gebaseerd. Als samenwerkingsadviseur organiseerde ik recent gesprekken met inwoners over nieuw beleid in het sociaal domein. Samen met de betrokken beleidsadviseurs ontwierp ik de vorm van het gesprek. Vertrekpunt was vooral zenden over de plannen, ‘want mensen moeten toch weten waar ze over gaan meepraten’. Gelukkig kwamen we er al snel op uit dat we daarmee de essentie van het gesprek zouden missen – de gemeente wilde immers vooral weten wat belangrijk was voor de inwoners; wat er in hun levens speelde dat een beeld gaf bij de soms abstracte beleidsteksten; en hoe inwoners en gemeente samen het sociaal domein van de toekomst voor zich zagen.
Met interactieve werkvormen en spelregels voor gelijkwaardig samenwerken ontstond verbinding. De persoonlijke insteek maakte dat inwoners zich veilig voelden om mee te praten buiten andere grote georganiseerde (en vaak wat meer formele) bijeenkomsten. Enkele inwoners deelden ook hun frustratie over een eerdere ervaring vanuit de gemeente, dat ze na een goed gesprek eigenlijk niets meer hadden gehoord. In dit traject zou dat anders lopen, was onze intentie. Mensen voelden zich gehoord, en er vormde zich een lijst met emailadressen van inwoners die graag betrokken zouden worden bij vervolgstappen. Ik zag al helemaal voor me hoe inwoners en professionals het beleidskader als van hen zouden zien en naast elkaar met de gemeente zouden werken aan de uitvoeringsplannen, ieder vanuit hun eigen rol en deskundigheid.
En toch liep het niet zo. De intentie voor gezamenlijk eigenaarschap was er en zat in de plannen, maar dit ging toch te snel. De beleidsmedewerkers zagen verder gesprek met inwoners nog niet voor zich in dit stadium. De aandacht verschoof terug naar de interne uitwerking en afstemming, zodat het stuk zou voldoen aan de eisen voor een gemeentelijk beleidskader, de raad voldoende werd meegenomen enzovoort.
Voor de beleidsmedewerkers was het logischer om pas verder te praten zodra een eerste eigen versie van de uitvoeringsplannen was opgesteld. Met andere woorden: de gemeente wilde wel, maar was er nog niet klaar voor. De inwoners waardeerden het dat zij op de hoogte gehouden werden van de ontwikkelingen van het beleidskader, maar werden pas later weer persoonlijk aangeschreven. De aandacht voor deze inwoners verslapte, hoe leuk en nuttig het ook was om met ze in gesprek te zijn. Er was meer tijd en aandacht nodig om de ontstane verbinding een goed vervolg te kunnen geven. Oeps, dat had ik me beter kunnen realiseren voor ik verwachtingen schepte die we in het proces nog niet konden waarmaken.