Een pleidooi tegen vrijblijvend gebabbel en ongebreidelde netwerkgroei

Samenwerken is ons vak. Iedere dag opnieuw begeven we ons in de wereld van netwerken, samenwerkingsverbanden en allianties. Dit wil niet zeggen dat we ervan overtuigd zijn dat samenwerken altijd de juiste of enige oplossing is. In dit pleidooi betogen wij waarom het tijd is voor meer bewuste keuzes en minder vrijblijvendheid in het aangaan van samenwerkingen. Ook geven we aantal overwegingen om wel of niet in te stappen in een netwerk.

Drie recente voorbeelden uit onze werkpraktijk vormden voor ons de aanleiding tot het schrijven van dit pleidooi:

In regio X spelen belangrijke vraagstukken rond goede afstemming over doorverwijzing en ondersteuning van een specifieke patiëntengroep. Dat vraagt om betere coördinatie en samenwerking. Na veel mitsen en maren wordt besloten de samenwerking vorm te geven door een aantal coördinatoren aan te stellen. Iedereen blijft doen wat hij al deed, aan de coördinatoren de (wat ondankbare) taak om het leed te verzachten en het probleem waar mogelijk op te lossen. 

In regio Y probeert men overzicht te krijgen over het aantal netwerken in een specifieke sector. Dat blijken er zo’n 150(!) te zijn. Een diverse groep aan betrokkenen klaagt veel over de hoeveelheid tijd die al die netwerken en samenwerkingsverbanden kosten en de overlap van thema’s. De bestuurlijke agenda’s worden erdoor gekaapt, vindt men. En er is steeds meer onduidelijkheid over waar nu eigenlijk mandaat en verantwoordelijkheid ligt.

Regio Z ten slotte: hier is de samenwerking geformaliseerd, opgelegd zo je wilt, dus vooral iets wat partijen ervaren als verplicht, wat ‘moet’. Meer dan de helft van de betrokken partijen werkt ook in andere geformaliseerde regio’s, en lang niet altijd met hetzelfde werkgebied. Als je het geheel in kaart brengt, is het voortdurend puzzelen met de grootste gemene deler. Het effect is dat van ieder bestuurlijk overleg minstens de helft van de tijd opgaat aan governance. Partners gaan na afloop futloos en gefrustreerd weer naar huis.

Deze voorbeelden laten zien hoe goedbedoelde samenwerkingsinitiatieven samenwerkingsinitiatieven hun effectiviteit kunnen verliezen, kunnen leiden tot onnodig dubbel werk met beperkte bijdrage, extra fragmentatie en bestuurlijke stroperigheid. In dit pleidooi betogen wij waarom het tijd is voor meer bewuste keuzes en minder vrijblijvendheid in het aangaan van samenwerkingen.

Ongebreidelde groei van het aantal netwerken en deelnemers

En dan komt het. Sommige netwerken worden gestimuleerd met potten geld, andere ontstaan vanuit wet- en regelgeving. Weer andere netwerken zijn woest aantrekkelijk qua samenstelling, terwijl bij sommige vraagstukken een publiek discours overheerst dat zegt dat je veel (zo niet alles!) opzij moet zetten om een bijdrage te leveren aan dit ogenschijnlijk oh zo belangrijke probleem. 

We noemen dit ook wel netwerk-FOMO. Hier moet je bij zijn! Zo zien we zowel het aantal netwerken als het aantal partijen per netwerk groeien. Het lijkt soms niet te stoppen, als een autonoom fenomeen dat zichzelf versterkt. Netwerk-FOMO kan leiden tot overvolle tafels, versnipperde aandacht en netwerken die draaien om aanwezigheid in plaats van resultaat.

Het gevolg van die groei is dat netwerken zich ook weer tot elkaar moeten gaan verhouden. De groei van het aantal netwerken is daarmee niet zozeer het gevolg van complexiteit, maar wordt zelf een oorzaak van toenemende complexiteit. En zolang al die partners in netwerken blijven doen wat ze deden, alleen nu ook in netwerkverband, is maar zeer de vraag of daadwerkelijk waarde wordt gecreëerd in dat samenspel.

Matthijs Hemink
De groei van het aantal netwerken wordt zelf een oorzaak van de toenemende complexiteit. Matthijs Hemink

Zelf van betekenis zijn vanuit je maatschappelijke rol

Het lijkt wel of samenwerken in netwerken steeds meer voorwaardelijk is om tot een maatschappelijke bijdrage te komen. Tegelijkertijd vraagt dat om een kritische blik. Tibor van Bekkum beschrijft in zijn artikel Het ecosysteemperspectief: waardecreatie door samenspel (Van Bekkum, 2023) drie componenten die waardecreatie in een netwerk bepalen. De eerste is je eigen waardepropositie en maatschappelijke waarde. De tweede betreft jouw bijdrage aan het functioneren van het systeem als geheel. De derde is jouw bijdrage aan de waardecreatie door anderen in het systeem.

Juist die eerste component, je werk goed doen en van betekenis zijn voor jouw doelgroep, is niet te onderschatten. Die vormt in hoge mate de basis van je maatschappelijke betekenis. Direct, of in samenspel met partners in je nabijheid. In veel netwerken zien we dat de eigen maatschappelijke waarde en het bijbehorende vakmanschap onder druk komen te staan.

Soms kan het echt beter samen

Tegelijkertijd zijn er maatschappelijke vraagstukken die geen enkele partij alleen kan oplossen, hoe stevig de individuele bijdrage en maatschappelijke waarde ook zijn. In die situaties is samenwerken geen keuze, maar een noodzaak. Afhankelijk van de aard en omvang van het vraagstuk werk je samen in een overzichtelijk verband, zoals een alliantie, of met een groter aantal diverse partijen in een netwerk. Met partners die daadwerkelijk iets bij te dragen hebben én van betekenis zijn voor het vraagstuk. Partijen waarop je kunt bouwen en die ook op elkaar zijn aangewezen.

Een aantal voorbeelden uit publieke sectoren: 

Jeugdzorg: het tijdig en passend ondersteunen van kwetsbare jongeren vraagt om samenwerking tussen gemeenten, scholen, jeugdhulp, jeugdzorg, GGZ, huisartsen en wijkteams. Geen van deze partijen kan dit vraagstuk alleen dragen zonder het risico op gaten in ondersteuning. 

Energietransitie in de regio: de overgang naar duurzame energie vereist afstemming tussen overheden, netbeheerders, woningcorporaties, bedrijven en bewonersinitiatieven. Individuele acties zijn onvoldoende. Alleen in samenhang ontstaat schaal, tempo en draagvlak. 

Mediawijsheid bij jongeren: het versterken van digitale weerbaarheid en gebalanceerd mediagebruik onder jongeren vraagt om samenwerking tussen onderwijs, bibliotheken, ouders, zorg en welzijn, gemeenten, kennisinstituten en technologiepartners. Geen van deze partijen beschikt afzonderlijk over alle kennis, ingangen en instrumenten die nodig zijn om jongeren duurzaam te bereiken en te ondersteunen. 

Bezint eer ge begint: een aantal overwegingen

Het is aan elke partij om de eigen maatschappelijke rol zorgvuldig en met overtuiging te vervullen. In sommige gevallen vraagt dat een bewuste keuze om samen te werken met anderen. Deze keuze is niet vanzelfsprekend en verdient een zorgvuldige afweging. Vanuit die optiek signaleren wij een aantal wezenlijke overwegingen die richtinggevend kunnen zijn bij het al dan niet instappen in een samenwerking:

Niet iedere puzzel is jouw puzzel, niet ieder puzzelstukje is even waardevol.
Deelname is uiteindelijk alleen zinvol wanneer a) je daadwerkelijk iets van waarde toevoegt aan het geheel, b) je in staat bent die bijdrage ook waar te maken, en c) de samenwerking zowel maatschappelijk als voor jouzelf tot concrete betekenisvolle opbrengsten leidt. Een goede balans tussen halen-en-brengen noemen we dat ook wel. Denk goed na over de puzzels die je wilt leggen en de puzzelstukjes die je in handen hebt. Niet iedere partij is nodig, meer partijen = niet per definitie beter. Meer partijen aan tafel maakt het vaak wel complexer. 

Samenwerking is niet vrijblijvend en kosteloos.
Samenwerking vraagt van alle partners de bereidheid zich te committeren, te investeren, en mogelijk ook iets op te geven. Het kan gaan om het investeren van tijd, geld, middelen, capaciteit of kennis. De bereidheid om te investeren is voorafgaand aan de samenwerking een voorwaarde en vraagt gedurende het proces blijvend om aandacht en onderhoud.

Samenwerking vraagt om verandering én verankering binnen de eigen organisatie.
Concrete netwerksamenwerking betekent vrijwel altijd dat ook intern iets moet veranderen, in lijn met de gemaakte gezamenlijke keuzes. Dit kan variëren van de tone-of-voice in communicatie-uitingen tot aan een fundamenteel andere strategie in hoe om te gaan met behandelen en doorverwijzen van patiënten.
Weeg af wat hierin de veranderkracht en capaciteit zijn in de eigen organisatie. Kun je waardevol bijdragen aan de samenwerking wanneer je intern geen ruimte hebt om te veranderen?

Het streven naar consensus kan funest zijn in netwerken.
Een opgavenetwerk vraagt van partijen dat ze rond concrete thema’s gaan handelen in lijn met de opgave. Met een diversiteit van actoren is consensus per definitief lastig en niet altijd mogelijk. Te veel gebabbel leidt ertoe dat de voortgang smoort. Het draait om partijen die echt samen iets gaan doen in lijn met de opgave. Weeg zorgvuldig af of je daaraan meedoet. En als je meedoet: bedenk hoe je al te veel gebabbel met elkaar kunt voorkomen.

Niemand is de baas, maar macht doet er wel degelijk toe.
In een netwerk is niemand formeel ‘de baas’. Dat betekent dat er zelden situaties zijn waarin je als partij gedwongen wordt iets te doen aan een samenwerkingstafel, ook al voelt dat soms misschien wel zo. Tegelijkertijd is het naïef te veronderstellen dat iedereen gelijk is. Verschillen in positie, invloed, omvang en handelingsvermogen zijn de realiteit.
Ook jij hebt macht en de kunst is die macht niet te ontkennen, maar om haar bewust en zorgvuldig in te zetten: niet om te domineren, maar om beweging te creëren. Het gaat om het benutten van positie, invloed, executiekracht en persoonlijk leiderschap om daadwerkelijk bij te dragen aan de gezamenlijke opgave. Denk na over jouw rol en positie aan tafel en wat je kunt bewerkstelligen.

Een professionele netwerkinfrastructuur vraagt om gedeelde verantwoordelijkheid.
Samenwerking bij complexe opgaven loopt niet vanzelf. Het vraagt om afspraken, rolinvulling, regie, ondersteuning en onderhoud. Iedere partner heeft daarin een verantwoordelijkheid. Niet iedereen hoeft gelijk bij te dragen, maar wie niet kan of wil bijdragen, kan beter niet deelnemen.
 

Samenwerken: niet altijd de beste oplossing 

Samenwerken is ons vak. Dag in dag uit werken we in en met allianties, samenwerkingstafels en netwerken, omdat veel maatschappelijke vraagstukken alleen gezamenlijk kunnen worden aangepakt. Tegelijkertijd zijn we geen pleitbezorgers van het idee dat samenwerken altijd de juiste of enige oplossing is. Soms is het effectiever wanneer een partij zelf verantwoordelijkheid neemt en aan de slag gaat. Het kan verstandig zijn de neiging te weerstaan om opnieuw een overlegtafel in te richten.

Ook komt het voor dat bestaande netwerken of samenwerkingen hun waarde hebben gehad en beter kunnen worden beëindigd. Juist in deze tijd stellen we daarom steeds vaker de vraag: wat levert deze samenwerking nu eigenlijk op?

Samenwerken: als je het doet, doe het dan goed!

Wilfrid Opheij
De kunst is macht niet te ontkennen, maar om haar zorgvuldig in te zetten. Niet om te domineren, maar om beweging te creëren. Wilfrid Opheij