Samenwerken aan maatschappelijke vraagstukken

Samenlevingen zijn altijd in beweging. Technologische en sociale ontwikkelingen en trends volgen elkaar in rap tempo op en veranderen de manier waarop we handelen, communiceren en opereren. Afstanden zijn dankzij fysieke en digitale middelen steeds beter overbrugbaar en daarmee verschuift ons perspectief. Onze wereld is kleiner geworden, de relatie tussen ontwikkeling en communicatie is minder onderhevig aan de factor afstand. Welke invloed heeft dit op de manier waarop partijen samenwerken aan maatschappelijke vraagstukken? En hoe kunnen zij samenwerking verbeteren?

De ‘oude’ organisatiestructuur

Institutionele structuren hebben ons gebracht tot waar we nu zijn. Nederland is (nog steeds) een krachtige overheids- en verzorgingsstaat waarin alle mensen kans hebben op een betekenisvol, veilig en gezond bestaan. De bureaucratische wijze van organiseren heeft echter een aantal nadelen: het leidt tot versnippering, traagheid en mondt uit in een verdeling van verantwoordelijkheden. Veel organisaties gaan uit van het eigen belang. Als gevolg hiervan zijn er vraagstukken ‘verweesd’ geraakt, vraagstukken waarvoor niet één eigenaar valt aan te wijze of die buiten de focus, taken en verantwoordelijkheden van de instituties en ondernemingen vallen.

De vraag is hoe we effectiever collectieve vraagstukken kunnen oplossen. Opgaven die met de ‘oude’ organisatiestructuren onvoldoende geadresseerd worden. Er is collectieve oriëntatie nodig. Het platform daarvoor is niet de staat, de organisatie of onderneming, maar arrangementen tussen deze partijen. En niet alleen tussen organisaties, maar ook tussen burgers, belangengroepen, verenigingen enzovoort.

Een complexere wereld

Recente maatschappelijke ontwikkelingen worden vaak gelinkt aan het begrip complexiteit: het gegeven of het idee dat vraagstukken in toenemende mate complex worden, dat oorzaak en gevolg met elkaar verbonden zijn en dat interventies op het ene domein (onbedoelde) gevolgen hebben op het andere. Ook zien we dat burgers zich op andere manieren verhouden tot instellingen of autoriteiten. Publieke organisaties hebben te maken met een kritische blik van diegenen die zij uiteindelijk bedienen.

Deze toenemende complexiteit wordt regelmatig in verband gebracht met recente sociologische, organisatiekundige en veranderkundige inzichten die het beeld schetsen dat de huidige wijze van samenwerken en organiseren niet meer toereikend zijn. Deze inzichten resulteren in een rijk palet aan nieuwe organisatievormen zoals netwerken en netwerkorganisaties.

Zowel private als publieke organisaties verruilen hun bureaucratische wijze van organisatie, waar procedures en regels het handelen bepalen, voor een organisatiefilosofie die meer gericht is op de leefwereld van burgers, cliënten en consumenten en minder op de systeemwereld van organisaties en instituties.

De kracht van netwerken

Netwerken bieden een beter coördinatiemechanisme voor gemeenschappelijke vraagstukken dan een organisatie – in de zin van een formele entiteit met een heldere grens en een duidelijke verantwoordelijkheid. Ze hebben een aantal bijzondere en krachtige eigenschappen: ze doorbreken en ‘ontschotten’ bestaande indelingen, bieden flexibiliteit en diversiteit en daarmee ook snelheid van handelen.

Netwerken hebben de potentie om bestaande institutionele grenzen te doorbreken en bieden uitzicht op een nieuwe vorm van gemeenschapszin. Die is niet gebaseerd op familiaire of institutionele verbondenheid, maar op verbondenheid met opgaven die met elkaar actoren gemeen hebben. Opgaven beperken zich niet tot de grenzen van één organisatie, taakveld of domein. Ze vragen om inbreng van meerdere spelers – publiek, privaat of particulier uit verschillende domeinen en sectoren.

Opgavegericht samenwerken

Opgavegericht samenwerken in netwerken betekent dat inhoudelijke opgaven het vertrekpunt zijn voor het handelen door organisaties en individuen. Het betekent dat per opgave die verbindingen worden gezocht die nuttig en nodig zijn om de opgave te adresseren. Wat men wil bereiken, welke activiteiten, verbindingen of organisatievormen nodig zijn en wat ieders rol daarin is, bepaalt een organisatie niet alleen, maar is een samenspel van netwerkpartners. Opgaven gaan namelijk dwars over de grenzen heen van bestuurslagen, institutionele indelingen, domeinen en taakvelden.

Het vraagt om een andere samenwerkings-aanpak dan we gewend zijn. Zeker wanneer we deze benadering tegen het licht houden van de tot nu toe geaccepteerde methoden voor samenwerking en alliantievorming. In die methoden redeneren partijen bij een samenwerking in eerste instantie vanuit de ambities en belangen van de individuele organisaties.

Bij opgavegericht samenwerken zijn niet de belangen van betrokken partijen het vertrekpunt, maar bepaalt de opgave de samenwerkingstafel. Dit zorgt ervoor dat er een divers netwerk ontstaat van organisaties, ondernemers en burgers die zich met de opgave verbonden voelen. Het gaat er niet om wie vanuit zijn formele rol of verantwoordelijkheid betrokken dient te zijn, maar wie een zinvolle bijdrage kan leveren aan het aanpakken van de opgave. Betrokken partijen zijn bereid te redeneren vanuit de opgave en niet vanuit het eigen belang. Het samenwerken wordt zo een collectieve aangelegenheid waarbij binnen een multidisciplinaire netwerk aan een vraagstuk wordt gewerkt. Deze multidisciplinaire samenstelling vergroot de kans op originele oplossingen.